4 juni 2009De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn is boos op twee onderzoekers van de Leuvense universiteit. Professor Ben Immers en onderzoeker Chris Tampère van de afdeling Verkeer & Infrastructuur van de KULeuven legden een kleine bom onder de reizigerscijfers van De Lijn.
“Niet wetenschappelijk, methodologisch fout”, roept De Lijn. Het is natuurlijk een beetje grappig. Het kan allemaal wel zijn dat er wetenschappelijke kritiek kan geleverd worden op het werk van de Leuvense onderzoekers, maar wat moet je dan denken van een vervoersmaatschappij die haar eigen cijfers als heilig beschouwt en er baat bij heeft om die zo hoog mogelijk te houden.
De Leuvense wetenschappers zeggen dat de werkelijke reizigerscijfers van De Lijn nog niet eens de helft zijn van wat de maatschappij beweert. In plaats van 508 miljoen reizigers zouden het er ‘slechts’ 226 miljoen zijn. Dat is duidelijk tegen het zere been.
Met cijfers kun je iemand murw kloppen. De Lijn doet dat volop. In het Vlaams parlement is al jaren grote twijfel over de realiteit van al die cijfers. De kritiek kwam niet alleen van uw dienaar, maar ook van collega’s van andere partijen. En mag je nog een beetje kritische zin aan de dag leggen als de eerste belanghebbende steeds maar hoera roept en zichzelf feliciteert?
Die 508 miljoen reizigers van De Lijn zijn niet geteld, ze zijn berekend.
De Lijn past in die berekening forfaits toe. Een abonnee van De Lijn wordt verondersteld 90 ritten per maand te maken. Dat is niet mis. Veel, veel hoger dan wat andere vervoersmaatschappijen aanrekenen. In het buitengebied rekent men op 52 ritten per maand en per abonnee.
Dat zijn cijfers om u tegen te zeggen en niet te controleren zijn. In de daluren kun je vaak lege bussen zien rijden, terwijl op andere plaatsen in Vlaanderen dan weer volle en overvolle bussen de regel zijn. Voor een echte telling zullen we moeten wachten tot de elektronische chipkaart wordt ingevoerd.
Stimulansen
Laat ons duidelijk zijn. Er moet sterk geïnvesteerd worden in degelijk openbaar vervoer, want het land kreunt onder de mobiliteitsproblemen. Wij vinden dat de overheid niet voldoende stimulansen geeft om automobilisten te laten overstappen naar het openbaar vervoer. Ondanks de vele miljoenen die men uitgeeft om mensen in bussen, trams en treinen te krijgen, stel ik toch maar vast – zeker in mijn eigen provincie Limburg – dat de overheid eigenlijk nog meer geld pompt in voorzieningen voor automobilisten.
Een succesverhaal maken met niet transparante cijfers van eigen makelij volstaat echt niet meer. Er is nood aan een onafhankelijke doorlichting. Dan kunnen we in het Vlaams parlement cijfers krijgen die reëel zijn. Vlaanderen geeft dit jaar 850 miljoen euro aan De Lijn. Dat kan allemaal terecht zijn, maar dan heeft Vlaanderen ook recht op transparantie.
De krant Het Nieuwsblad schreef deze week: “Goede Vlaamse parlementsleden stellen ook goede en juiste vragen, zelfs al worden die in het parlementaire halfrond niet altijd geapprecieerd. Laat dat een eerste conclusie zijn als vandaag in een wetenschappelijke studie bekend raakt dat de Vlaamse vervoermaatschappij De Lijn het blijkbaar toch niet zo nauw neemt met haar reizigerscijfers. De Vlaamse parlementsleden Jan Peumans (N-VA), Annick De Ridder (Open VLD) en Johan Sauwens (CD&V) zeggen al jaren in het parlementaire halfrond dat er met de cijfers en het beleid van de Vlaamse trams en bussen toch een en ander niet klopt. En laat nu net die Jan Peumans en Annick De Ridder volgens diverse rapporten die de krantenredacties de voorbije weken presenteerden als de beste parlementsleden uit de bus zijn gekomen. Kan geen toeval zijn... Een goed Vlaams parlementslid vraagt en krijgt daarom in de volgende legislatuur een onafhankelijke doorlichting van De Lijn”, zo besluit de krant.
Moeten we daar nog iets aan toevoegen?
|
Auteur(s): |
Jan Peumans, Vlaams parlementslid |
Contactinfo: |
jan [dot] peumans [at] n-va [dot] be |
Thema('s): |
Mobiliteit & verkeersveiligheid |