11 juli, feest van de Vlaamse Gemeenschap

Door Jan Peumans op 11 juli 2015, over deze onderwerpen: Voorzitterschap

Dames en Heren,

Geachte genodigden,

Namens het Bureau van het Vlaams Parlement heet ik u op deze Vlaamse feestdag van harte welkom in het stadhuis van Brussel.

Mesdames et Messieurs,

Chers invités,

C’est avec grand plaisir que je vous souhaite la bienvenue à la Fête de la Communauté flamande.

Meine Damen und Herren,

Ich heisse auch unsere deutschsprachigen Freunde herzlich willkomen.

Wir freuen uns dass Sie unseren Nationalfeiertag mit uns feiern.

Dear ladies and gentlemen of the diplomatic corps,

It is an honour for us to welcome you as the representatives of your country or your community to celebrate with us the National Day of the Flemish Community.

Trots en zelfbewustzijn

Dames en heren,

11 juli is van oudsher onze Vlaamse feestdag. De datum is gekozen omdat de Slag der Guldensporen op 11 juli 1302 heeft  plaatsgevonden.

De datum mag dan nog redelijk symbolisch zijn, dat belet niet dat we op deze feestdag onze trots mogen uitspreken. Elke gemeenschap van mensen is trots op wat ze verwezenlijkt. Aan zijn realisaties houdt elk volk een gevoel van eigenwaarde en zelfbewustzijn over.

Trots is niet iets waar men zich moet over schamen. Trots belet niet dat men tegelijkertijd met de voeten op de grond kan blijven, al wordt trots soms wel eens verward met eigendunk, hooghartigheid en grootheidswaanzin.

Al van in de oudheid probeerden steden hun trots te bewijzen door elkaar de loef af te steken met de hoogste toren of het grootste paleis ter wereld.

Zo pronkte Vlaanderen op het toppunt van zijn wereldroem met stadscentra die we nu nog koesteren: Brugge, Gent, Antwerpen, Leuven,   Ieper…  ze vormden een reeks hoogstandjes van architectuur. Ook Brussel stond heel hoog in het lijstje van die Vlaamse parels. U hoeft niet verder te kijken dan de Grote Markt hierbuiten om u daarvan te vergewissen.

Kunstmatig land

Brussel werd uiteindelijk de hoofdstad toen België ontstond als het resultaat van een deal tussen de grote mogendheden, met kunstmatige grenzen, met twee cultureel erg verschillende delen: Vlaanderen en Wallonië.

Vlaanderen wordt nu stilaan zelf een natie. Stilaan, omdat de ontwikkeling op natuurlijke wijze geschiedt, niet geforceerd door een of ander na-oorlogs verdrag.

De natie Vlaanderen groeit zoals haar zelfbewustzijn groeit. Dat is een natuurlijk proces, waarvan de kiem lag in de manier waarop Vlaanderen oorspronkelijk behandeld werd binnen die kunstmatige Belgische staat.

De Vlaming is geëvolueerd van een onderdrukte underdog tot een zelfbewuste trotse burger, die weet dat hij een welvarende regio vertegenwoordigt binnen Europa en de wereld.

Meer staatshervorming

Die dynamiek vertaalt zich ook in een gestage politieke progressie. Na zes opeenvolgende staatshervormingen hebben wij, Vlamingen, steeds meer autonomie verworven, maar wij moeten dat zelfbeschikkingsrecht met meer verve durven uitdragen. Nog altijd verkeren veel buitenlanders in de waan dat Frans de enige inheemse voertaal is van België.

Daar ligt natuurlijk een taak weggelegd voor onze vertegenwoordigers in het buitenland. Zij moeten een correct beeld van België verspreiden. Het is daarom uiterst belangrijk dat we een eigen, volwaardige Vlaamse diplomatie uitwerken, die onze deelstaat in al haar autonomie presenteert aan de wereld.

In eigen land is ons Vlaams Parlement  hét middel bij uitstek om die eigen Vlaamse identiteit uit te dragen. Zeker nu de bevoegdheidsoverdrachten van de zesde staatshervorming onze autonomie nog meer beklemtonen.

De financiële consequenties daarvan zijn bekend: de begroting van ons deelstaatparlement  is opgetrokken van circa 28 naar ruim 37 miljard euro per jaar.

Op die toename, een gevolg van een extra pakket aan bevoegdheden, mogen we trots zijn

Maar die zesde staatshervorming mag geen eindpunt zijn. In het verleden werden bij de centrale overheid veelal die beleidsdomeinen weggehaald waarover geen consensus meer bereikt werd. De bevoegdheden werden

ad hoc verdeeld, met de bedoeling de spanningen op het federale niveau weg te werken.

Dat is bij de laatste staatshervorming ook weer gebeurd en telkens bevat zo’n akkoord de kiem voor nieuwe dubbelzinnigheden. Terwijl we nét nood hebben aan duidelijkheid en die kunnen de deelstaten alleen maar krijgen door nog meer autonomie.

Zelfbeschikkingsrecht

Hoe groter die autonomie, hoe groter de rol van ons Vlaams Parlement.  

Dat blijkt uit Verklaring  51 uit het slotakkoord van het verdrag  van Lissabon, op 13 december 2007 afgesloten door de leden van de Europese Unie.

Ik lees die Verklaring 51 graag letterlijk voor:

Het Koninkrijk België verduidelijkt dat, overeenkomstig zijn grondwettelijk recht, zowel de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat van het federaal Parlement als de parlementaire vergaderingen van de Gemeenschappen en Gewesten, in functie van de bevoegdheden die de Unie uitoefent, optreden als componenten van het nationaal parlementair stelsel of als kamers van het nationaal Parlement.

De Europese Unie erkent dus dat ons Vlaams Parlement op gelijke voet staat met ons federaal parlement. Voor heel wat bevoegdheden, cultuur, onderwijs, welzijn, mobiliteit enzomeer, is ons Vlaams Parlement dus een nationale assemblee.

Ik kan u er zelfs van verzekeren dat ik bij de vele ontvangsten van buitenlandse delegaties van langsom meer mag vaststellen dat Vlaanderen beschouwd wordt als een aparte natie, als een autonome entiteit.

Europa in evolutie

Als Vlaams parlement profileren wij Vlaanderen al naar de buitenwereld als een autonome regio. Noem ze gewest of deelstaat, of hoe u wilt, de terminologie is niet zo belangrijk. In Duitsland spreekt men van deelstaten, in Spanje van autonome regio’s.

De ontbolstering van die kleinere entiteiten past naadloos in de huidige evolutie van Europa naar een groot geheel van samenwerkende regio’s. Zo hielden wij ter gelegenheid van de 40ste verjaardag van ons Vlaams Parlement nog een colloquium waarin die evolutie naar zelfbeschikking aan bod kwam.

Toen leerden we dat in die evolutie in het Verenigd Koninkrijk ‘devolutie’ heet en dat die ontrafeling begon in 1997 met de oprichting van parlementen in Schotland, Wales en Noord-Ierland.

Steeds meer wordt duidelijk dat het grote geheel van de Europese Unie slechts gedragen wordt door de basis als binnen die koepel voldoende vrijheid gegeven wordt aan de samenstellende entiteiten.

Kleinschaligheid blijkt daarbij een troef. Regeringen en parlementen dienen immers dicht bij de burger te staan. Zij zijn er voor het volk, niet omgekeerd.

Nochtans regeren aan de top van de Europese Unie bepaalde ideeën, die vinden dat het omgekeerde geldt. Naar aanleiding van het onafhankelijkheidsreferendum van Schotland, vorig jaar in september, hoorden wij uit die cenakels verkondigen dat regio’s zich niet zomaar kunnen afscheuren van een Europese lidstaat.

In verband met het streven naar zelfbeschikking van de Catalanen hoorden we dat regio’s, die zich wel afscheuren, niet zomaar kunnen aansluiten bij de Europese Unie.

Ze zouden eerst moeten onderhandelen met hun moederland, pas daarna mogen de 28 lidstaten zich uitspreken over de toetreding van een nieuw lid.

Die visie staat haaks op wat wij vanuit de basis aanvoelen, waarbij wij vanuit Vlaanderen altijd gepleit hebben voor nauwere banden met Wallonië, met het Brussels Gewest en de Duitstalige Gemeenschap.

Respect

Trots en zelfbewustzijn vormen geen hinderpaal in de relatie tussen deelstaten, integendeel. Erkenning van elkaars eigenwaarde vijzelt het wederzijds respect alleen maar op.

Zulk respect hebben wij met een delegatie van het Vlaams Parlement onlangs nog kunnen betuigen voor de Schotse gemeenschap bij een bezoek aan hun parlement in Edinburgh.

Kort voordien had de SNP, de Scottish National Party, nog 56 van de 59 zetels behaald bij de verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk.

Schotten zijn duidelijk trots op hun natie en dat levert hen respect op van ons en van nog veel andere landen en regio’s in Europa.

Alleen in Londen is men er niet zo overtuigd van dat die drang naar zelfbeschikking.

Nochtans is dat streven een natuurlijk proces, dat binnen de Europese Unie voldoende kansen tot ontwikkeling moet krijgen.

Wie dat niet toestaat, zal stuiten op reactie. De Griekse crisis is daar een schrijnend  voorbeeld van.

De toekomst zal overigens uitwijzen dat ambitie voor zelfbeschikking van sommige regio’s absoluut niet in strijd is met integratie in de Europese Unie. Integendeel, ze  levert een bijdrage tot de uitbouw ervan.

Zo heeft Vlaanderen voldoende argumenten om vanuit zijn kleinschaligheid een bijdrage te leveren aan de uitbouw van Europa. Daarvoor hebben we genoeg voorbeelden, ik stip er een paar aan:

*ons tropisch instituut speelt een prominente rol in de ebola-crisis,

* onze baggeraars leveren titanenwerk bij de aanleg van nieuwe havens in Azië,

* enkele van onze universiteiten verstevigden hun plaats in de top 100 van de wereld,

* het aantal Vlaamse Erasmusstudenten explodeerde de laatste vijf jaar van 3049 naar 5.552,  een toename met liefst 45 procent in 5 jaar.

Solidariteit en verantwoordelijkheid

Dames en Heren,

Vlaanderen is een welvarende regio, waar het goed toeven is. Vandaar haar aantrekkingskracht voor migranten.

Die nieuwe instroom vraagt een open vizier.

Want een Europa van de regio’s kan ook alleen maar functioneren mits goede afspraken, mits voldoende solidariteit en voldoende verantwoordelijkheidszin.

Vlaanderen heeft daarvan een voorbeeld gegeven eerder dit jaar. Toen bleek dat de verschuiving van  bevoegdheden als gevolg van de zesde staatshervorming ook een serieuze verschuiving impliceerde van de financiële verantwoordelijkheden bij het opstellen van de federale en de regionale begrotingen.

Er was sprake van dat Vlaanderen door de aanpassing van de Bijzondere  Financieringswet een extra inspanning van 390 miljoen euro zou moeten leveren. Welnu, Vlaanderen deed dat door er rekening mee te houden bij de zijn tussentijdse begrotingscontrole.

Deze week is gebleken dat die 390 miljoen uiteindelijk toch thuishoren in het pakket van de federale dotaties aan Vlaanderen.

Wie dat bedrag uiteindelijk moet incalculeren, mag dan nog enige stof tot discussie leveren, de reactie van onze Vlaamse regering sprak wel boekdelen.

Vlaanderen is wel degelijk bereid zijn verantwoordelijkheid op te nemen. Dit was een perfecte illustratie van de Vlaamse wil tot solidariteit met de andere gewesten en gemeenschappen.

De Vlaming is het gewend dat solidariteit altijd iets van hem vraagt,

Uit recente studies blijkt immers dat Vlaanderen nog steeds tot de tien rijkste regio’s van de wereld behoort.

Het is dus niet verwonderlijk dat binnen het Belgisch staatsbestel Vlaanderen de economisch en financieel sterkste pijler vormt.

Dit voorjaar nog becijferde het Centre de Recherche en Economie Regionale et Politique économique, een studiecentrum aan de universiteit van Namen, dat er jaarlijks 7,8 miljard euro van Vlaanderen naar de andere gewesten stroomt: 7,3 miljard naar Wallonië, iets meer dan een half miljard naar Brussel.

Het hoofdstedelijk gewest Brussel hangt voor zijn economische welvaart af van Vlaanderen: 80 procent van de economische bedrijvigheid in het hoofdstedelijk gewest is gericht op de driehoek Gent - Antwerpen - Leuven.

Solidariteit betekent dus bereidheid tot delen, maar die solidariteit moet effectief zijn én transparant om goed te functioneren. We mogen van onze partners binnen dit land dan ook dezelfde solidariteit en dezelfde verantwoordelijkheidszin verwachten.

Vredesbewustzijn

Uiteindelijk stoelt elke samenwerking tussen volkeren op vrede. Het is geen toeval dat de ontwikkeling van ons Vlaams bewustzijn zijn kiemen vond in een vredesreflex.  

Vooral de eerste wereldoorlog, die met zijn naar schatting 20 miljoen doden een slachting onder de wereldbevolking aanrichtte, vormde de aanzet voor een vredesbewustzijn.

Het besef rijpte in die periode dat samenwerking tussen volkeren gestimuleerd kon worden door die volkeren meer zelfbeschikkingsrecht te geven.

Ook in Vlaanderen gebeurde dat. Bekendste pacifist en voorvechter van een Vlaamse identiteit werd Herman Van den Reeck. Tegen wil en dank, want op amper 19-jarige leeftijd werd hij bij een betoging in Antwerpen neergeschoten.

Het zal een schrale troost zijn voor hem dat hij de inspiratie vormde voor een van de meest expressionistische gedichten van Paul Van Ostaijen, die zijn huldegedicht schreef terwijl hij in ballingschap in Berlijn verbleef.

Ballingschap, omwille van zijn inzet voor de vredesgedachte.  De na-oorlogse tijd was daar evenwel rijp voor en de IJzertoren werd daarvan het bekendste symbool. Dat werd in 1986 officieel erkend als Memoriaal van de Vlaamse Ontvoogding en Vrede.

“Nooit meer oorlog”, staat in vier talen op de voet van dat monument

De boodschap van zelfbestuur en Nooit Meer Oorlog verkondigt een Godsvrede.

Hoe middeleeuws dit begrip voor vele jongeren ook moge klinken, Godsvrede staat voor pluralisme, voor tolerantie, voor verdraagzaamheid, voor vrede en harmonie tussen alle mensengroepen, tussen alle rassen en alle volkeren.

Als we binnen Europa die volkeren willen laten samenwerken, dan moeten we hen als bouwstenen erkennen en komaf maken met de vele artificiële grenzen die op ons continent voor tweespalt hebben gezorgd.

Dat was ook nog zo in een heel recent verleden. Vandaag, dag op dag 20 jaar geleden, voltrok zich de genocide van Srebrenica.

Het is goed, neen noodzakelijk, dat we ook die minder fraaie momenten uit onze geschiedenis jaar na jaar weer herdenken. Als les, als waarschuwing, als voorbeeld van hoe het niet moet.

Maar ook uit dat voorbeeld blijkt dat een erkenning van de natuurlijk gevormde naties veel beter functioneert als voedingsbodem voor een conflictvrij Europa. De regio’s zijn de beste bouwstenen van een stabiel Europa.

Wij beschouwen die Europese Unie overigens als het vehikel bij uitstek waarlangs wij onze buitenlandse politiek gestalte kunnen geven. Het is daarom noodzakelijk dat wij een eigen, sterke, Vlaamse diplomatie uitbouwen.

Slot

Dames en heren,

Graag ik besluit hier met de boodschap aan u allen hier aanwezig dat wij onze Vlaamse identiteit met trots mogen benutten om die regio-gedachte te propageren in woord en daad.

Op binnenlands vlak moet dat duidelijk worden door ons Vlaams parlement nog meer te profileren als een parlement dat niet ondergeschikt, maar nevengeschikt is aan de andere deelstaatparlementen in België.

Meer zelfs, als sterkste partner binnen die constructie hebben wij het recht en de plicht om nog meer autonomie af te dwingen.  Niet alleen voor ons, maar voor alle deelstaten.

Mits de nodige solidariteit en verantwoordelijkheidszin kunnen die dan een sterker federaal België vormen: een land van regio’s, die mee de basis vormen van het grotere Europa van de regio’s, waarin Vlaanderen zijn identiteit zonder schroom mag uitdragen.

Want Vlaanderen is een sterke regio. En daar mag gerust om gefeest worden.

Ik dank voor uw aandacht.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is