11-juli toespraak: "Een ambitieus Vlaanderen, dat zich ook om de zwaksten bekommert"

Door Jan Peumans op 11 juli 2014, over deze onderwerpen: Voorzitterschap

Op 11 juli viert het Vlaams Parlement de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap. Traditioneel gebeurt dat in het stadhuis van Brussel met een toespraak door de Voorzitter van het Vlaams Parlement.

Geachte genodigden,
Dames en heren,

Namens het Bureau van het Vlaams Parlement heet ik u op deze Vlaamse feestdag van harte welkom in het stadhuis van Brussel.

Chers invités,
Mesdames et Messieurs,

C’est avec grand plaisir que je vous souhaite la bienvenue à la Fête de la Communauté flamande.

Meine Damen und Herren,

Ich heisse auch unsere deutschsprachigen Freunde herzlich willkomen. Wir freuen uns dass Sie unseren Nationalfeiertag mit uns feiern.

Dear ladies and gentlemen of the diplomatic corps,

It is an honour for us to welcome you as the representatives of your country or your community to celebrate with us the National Day of the Flemish Community.

Dames en heren,

Ieder jaar wordt het thema van de 11 julitoespraak met de grootste zorgvuldigheid gekozen. Soms wordt dat thema gekozen naar aanleiding van een pas verschenen boek over iets dat voor Vlaanderen van belang is; vaak bepaalt één speciaal actueel feit de inhoud van de toespraak. Maar soms zijn er ook verscheidene zaken die tegelijkertijd een rol spelen in ons land. Zoals nu.

Zo kan het haast niet anders dan dat ik uitweid over de uitvoering van de zesde staatshervorming, een belangrijke mijlpaal voor België en dus voor Vlaanderen.

Maar daarnaast leek het me een uitstekend idee om in het herdenkingsjaar “100 jaar Groote Oorlog” stil blijven te staan bij de vredesgedachte.

Exact 100 jaar geleden was Vlaanderen het slagveld van Europa – en bij uitbreiding van de wereld. Talrijke andere staten stonden mee op het slagveld en uit die staten zijn hier vandaag vele ambassadeurs aanwezig op deze 11 juliviering. De voorbije legislatuur heb ik tientallen ambassadeurs ontvangen. We nodigen hen steevast uit op onze feestdag. Door in hun aanwezigheid over de Groote Oorlog te spreken leg ik een link naar het Vlaanderen en de wereld van toen en naar het Vlaanderen en de wereld van nu.

Vlaanderen op de internationale kaart zetten is een uitdaging.

En ten slotte – en daarmee kom ik toe aan een derde thema – wil ik graag als voorzitter van het parlement een boodschap geven aan de talrijke nieuwkomers in onze pas verkozen assemblée.

Dames en heren,

Ik begin met het communautaire gedeelte.

Vlaanderen heeft sinds 1 juli 2014 ter uitvoering van de zesde staatshervorming een aantal nieuwe bevoegdheden gekregen. Ik som er enkele op: de kinderbijslag, de controle op werklozen, de woonbonus en de huurwetgeving.

Hoe zullen we omgaan met die nieuwe bevoegdheden?

Het zal een uitdaging zijn voor de in de steigers staande Vlaamse Regering om die nieuwe bevoegdheden in te vullen op maat van Vlaanderen en de Vlamingen.

De uitdaging is des te groter omdat de financiële middelen die nodig zijn om deze bevoegdheden naar behoren uit te oefenen, niet voor honderd procent mee overkomen.

We bevinden ons in een moeilijk spanningsveld. Enerzijds worden er belangrijke bevoegdheden overgeheveld, maar anderzijds is er een budgettair probleem, omdat de middelen niet volledig overkomen.

Dat budgettaire aspect is onmiskenbaar – los van enige partijpolitieke benadering – naast de versnippering aan bevoegdheden, dé achillespees van deze zesde staatshervorming.

Vlaanderen heeft een aantal hefbomen in handen gekregen om een eigen, op maat gesneden beleid te voeren. De kinderbijslag, het arbeidsmarktbeleid, dienstencheques en de woonbonus zijn de belangrijke nieuwe instrumenten die de Vlaamse overheid verplichten om keuzes te maken: keuzes die een serieuze impact hebben op ons dagelijkse leven. Die keuzes moeten doordacht en overwogen zijn, want er staat veel op het spel.

Hoe wil Vlaanderen bijvoorbeeld die nieuwe bevoegdheden invullen zonder dat er bepaalde categorieën van burgers uit de boot vallen, zonder dat de armoede in Vlaanderen toeneemt?

Ik spreek over armoedebeleid omdat ik van oordeel ben dat een maatschappij die zichzelf respecteert, de armoede moet bestrijden. Want armoede is meer dan een tekort aan inkomen, veel en veel meer!

De naakte cijfers van de recent gepubliceerde armoedemonitor die de studiedienst van de Vlaamse Regering jaarlijks opstelt, geven aan dat er werk aan de winkel is voor de nieuwe regering die straks aantreedt.

Met de nieuwe bevoegdheden kinderbijslag, woonbonus maar vooral arbeidsmarktbeleid en werk kan de overheid (en ik bedoel daarmee: regering én parlement) in de toekomst rechtstreeks invloed uitoefenen. Werk is de belangrijkste hefboom die we kunnen hanteren tegen armoede.

Welke rol kan het Vlaams Parlement spelen bij de keuzes die de Vlaamse overheid moet maken?

Welke repercussies heeft de zesde staatshervorming voor onze parlementaire werking ?

Het zijn vragen waarop de komende maanden een afdoend antwoord moet volgen. Vlaanderen moet voor de invulling van deze nieuwe bevoegdheden ambitie tonen. En dat betekent: méér doen dan louter het gevoerde beleid voortzetten. Wij moeten tonen dat het anders, maar vooral beter kan!

Dames en heren,

Ik kom tot mijn tweede thema: Vlaanderen internationaal – de vredesgedachte.

We herdenken dit jaar 100 jaar Eerste Wereldoorlog. Hier te lande beter bekend als ‘de Groote Oorlog’ omdat we inderdaad spreken over de eerste oorlog in onze wereldgeschiedenis die op zo’n grote schaal zoveel slachtoffers eiste.

Het is belangrijk dat we de gruwel en dwaasheid van die ‘Groote Oorlog’ niet vergeten. Niet vergeten in de hoop dat daaruit lessen kunnen worden getrokken. Al klinkt deze hoop ijdel, als we de gebeurtenissen van de voorbije eeuw overschouwen. In Europa vonden ook ná de ondertekening van het vredesverdrag van Versailles nog steeds gewapende conflicten plaats. Met de vernietigende Tweede Wereldoorlog als triest hoogtepunt, of liever: dieptepunt.

Ook elders in de wereld werd de roep om Nooit Meer Oorlog niet gehoord of weggelachen. Erger nog, de wreedste praktijken uit de Eerste Wereldoorlog worden tot vandaag herhaald. Op ons netvlies staan de vreselijke beelden van de recente gasaanvallen in Syrië. Gasaanvallen, waarbij het beruchte woord “Yperiet” viel. Dat is de naam van het gifgas dat tijdens de Groote Oorlog voor het eerst in Ieper werd gebruikt en enorm veel leed veroorzaakte bij de wanhopige soldaten.

Dames en heren,

Ook in verband met de vredesgedachte moet Vlaanderen ambitie tonen. En voordat ik daar verder op inga, grijp ik nu even terug naar mijn vorige thema, omdat die twee thema’s met elkaar te maken hebben.

In België was de Eerste Wereldoorlog ook een katalysator in de Vlaamse emancipatiestrijd. De Vlaamse Beweging werd een politieke beweging die streefde naar zelfbestuur.

Vlaanderen werd een natie, met eigen bevoegdheden en eigen middelen, met een eigen parlement en een eigen regering.

Dat proces is nog niet ten einde. Er zullen nog stappen in de richting van meer Vlaams zelfbestuur moeten worden gezet. Maar met de zesde staatshervorming hebben we weer een keerpunt genomen. Ik zei het daarstraks al: Vlaanderen krijgt steeds meer verantwoordelijkheden.

We moeten die zelfbewust opnemen voor de toekomst van onze regio.

Maar… – en hier komt de link – we moeten ons ook bewust zijn van de bredere wereld om ons heen.

De Vlaamse Gemeenschap die we vandaag vieren, leeft niet op een eiland.

Zeker 100 jaar na de Eerste Wereldoorlog is het belangrijk om ook onze verantwoordelijkheid te nemen ten aanzien van de wereld.

De herdenking van 100 jaar Groote Oorlog moet ons aanzetten om na te denken over vrede en veiligheid. Vroeger en nu. Bij ons en elders in de wereld.

U hebt er misschien nooit bij stilgestaan, maar overal in Europa zijn het de regio’s die vaak een veel sterkere vredessymboliek uitdragen dan de natiestaten.  Ik geef u wat voorbeelden.

Regionalistische krachten in Schotland willen onomwonden de Britse nucleaire onderzeeërs weg uit de Schotse havens.

De Basken brengen in hun historische hoofdstad Guernica – die door de stukas van de nazi’s in 1937 platgebombardeerd werd –, een krachtige vredesboodschap.

 En het regionale bestuur in Noord-Ierland is een vredesproject op zich.

 Ook voor Vlaanderen is Nooit Meer Oorlog het credo op weg naar meer zelfbestuur geweest.

Misschien dragen regio’s de vredesgedachte meer in zich omdat ze minder meegesleurd worden in de geopolitieke draaikolken. Of misschien komt het doordat zelfbeschikking en vrijheid zo vers in hun geheugen liggen.

Wat er ook van zij, enkel bivakkeren achter die regionale vredessymboliek is te gemakkelijk. Dat wij in Vlaanderen de vredesgedachte enkel zouden koesteren in onze rol als Flanders Fields, is niet genoeg.

Hoe belangrijk de geschiedenis ook is, we moeten met onze ambities voor vrede en veiligheid tijdens de symbolische jaren 2014-2018 verder gaan dan enkel terugkijken naar onze geschiedenis.

We moeten vooral ook naar vandaag en morgen durven kijken. In en buiten Vlaanderen.

 Ik denk daarbij in het bijzonder aan conflictgebieden en post-conflictgebieden.

Vlaanderen heeft een aantal belangrijke bevoegdheden die daar een verschil kunnen maken. Het zou bijvoorbeeld goed zijn om bij economische contacten met post-conflictgebieden ook initiatieven, gericht op vrede en veiligheid, op tafel te leggen. We kunnen daarnaast ook meer structureel werken en gezondheidszorg helpen uitbouwen, leefomgevingen herstellen, en mee nadenken over economische ontwikkeling en sociale rechtvaardigheid.

Of Vlaanderen kan expertise rond mensenrechten delen en representatieve politieke structuren mee opbouwen. Naast de bestaande Vlaamse expertise daarover, kunnen we nieuwe capaciteit ontwikkelen in verzoening, traumabehandeling of bemiddeling.

Ik ben ervan overtuigd dat de maatschappelijke krachten in het middenveld, de ondernemersorganisaties, de ngo’s en de universiteiten klaarstaan om dergelijke interventies te ondersteunen.

Het Vlaams Parlement, de regering en de administraties kunnen ook op beleidsniveau verdere initiatieven nemen.

Zowat alle aspecten van ons groeiende pakket bevoegdheden kunnen een bijdrage leveren om Vlaanderen meer op de kaart te zetten als een regio die de vredesgedachte in de praktijk brengt.

Vlaanderen kan zich daarbij heruitvinden als topregio. Het kan uitblinken in Europa én in de wereld – op een manier zoals bijvoorbeeld ook Noorwegen dat doet. Als vredesentrepreneurs.

Dat is mijn wens aan u allen op deze Vlaamse feestdag. Dat Vlaanderen blijft groeien. Niet alleen in de breedte met de nieuwe bevoegdheden van de zesde staatshervorming. Maar ook in de diepte: als een relevante actor in de wereld die niet alleen als slagveld, maar ook door zijn fundamentele inzet voor vrede en veiligheid de aandacht trekt.

Dames en heren,

Ik kom tot mijn derde en laatste punt.

Ik doe een oproep, bij de start van een nieuw verkozen Vlaams Parlement, met een massa nieuwe gezichten, om na te denken over de wezenlijke opdrachten van een parlement.

We moeten over de partijgrenzen heen en over de grenzen van meerderheid en oppositie heen onszelf in vraag durven te stellen en buiten de platgetreden paden durven na te denken over de vraag waarmee een parlement zich nu echt moet bezighouden.

Op een ander niveau uiteraard, maar in dezelfde denktrant, vraag ik diegenen die nu aan het roer staan van de Vlaamse formatievorming, een soortgelijke oefening te maken, wat de wezenlijke opdrachten van de regering betreft.

Ik wens hun veel moed en overtuigingskracht toe om een regeerakkoord te maken dat aan de werkelijke behoeften van de Vlamingen tegemoetkomt.

Een regeerakkoord van een goede huisvader die met ambitie Vlaanderen bestuurt, en er voor zorgt dat we een topregio blijven die ook de zwaksten van onze samenleving niet in de steek laat.

 Ik dank u.

Foto-album

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is