De Grote Oorlog, na 100 jaar nog actueel

Door Jan Peumans op 25 september 2014, over deze onderwerpen: Voorzitterschap

          Toepsraak n.a.v. de fototentoonstelling in het Vlaams Parlement rond WO I

 

Dames en Heren,

   De Eerste Wereldoorlog is een ijkpunt in onze geschiedenis. Vlaanderen was van 1914 tot 1918 het toneel van veldslagen die onuitwisbare sporen hebben nagelaten in het collectieve geheugen van de wereld. De Grote Oorlog is honderd jaar na datum nog steeds een belangrijk stuk publieksgeschiedenis voor ons.

         In het landschap van Vlaanderen en Brussel, maar ook in Wallonië en de buurlanden, ziet men de littekens van het werelddrama dat zich hier heeft afgespeeld. Iedereen kan zich wel een aantal iconische monumenten of plaatsen voor de geest halen – bijvoorbeeld de Menenpoort in Ieper, de IJzertoren in Diksmuide of het Martelarenplein in Leuven - maar eigenlijk ligt het hele land bezaaid met sporen van de oorlog of de herdenking en herinnering ervan. Die sporen zijn groot en klein, opvallend of vergeten, overbelicht of nagenoeg genegeerd.

         Ook het landschap van herdenkingsactiviteiten is rijk geschakeerd: van ceremonies tot politiek geladen evenementen, van persoonlijke rouw tot het naspelen van de geschiedenis.

       

Het is over dat veelzijdige herdenken en herinneren van de Eerste Wereldoorlog, dat het Vlaams Parlement, het Vlaams Vredesinstituut en de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie een bijdrage willen leveren met deze fototentoonstelling. Er zijn overal te lande heel veel initiatieven, gecoördineerd en vaak mee gefinancierd door de Vlaamse overheid: van grootse provinciale projecten tot een brede waaier aan lokale initiatieven. Daarbij wordt gefocust op het verleden, op historische verhalen over hoe de oorlog geweest is.

 

         Met de tentoonstelling die we vandaag openen, willen we daarbij aansluiten, maar tegelijk een uniek perspectief bieden op al die herdenkingsactiviteit zelf. We willen het debat openen over hoe we de Eerste Wereldoorlog vandaag herdenken en herinneren.

 

         ‘Het herinneringslandschap van de Eerste Wereldoorlog verbeelden, en het tegelijk openen en bevragen’. Dat was dan ook de opdracht die we fotograaf Jimmy Kets voorlegden naar aanleiding van de herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog. Hij trok er bijna twee jaar op uit om het hedendaagse herdenkingslandschap van de Eerste Wereldoorlog verrassend in beeld te brengen. Het resultaat, de fotoreeks ‘The graves are nice this time of year’, geeft ons een andere, vernieuwende en uitdagende kijk op wat het herdenken en herinneren van de Groote Oorlog vandaag betekent. Deze tentoonstelling vertelt ons eerlijk en onontkoombaar op hoeveel verschillende, en soms tegenstrijdige manieren we vandaag herdenken en herinneren.

 

         De kracht van de beelden van Jimmy Kets is dat ze vooral de ogen en het denken openen. Ik voel me dan ook niet geroepen om hier bepaalde interpretaties van de beelden naar voor te schuiven. Toch wil ik kort twee aspecten belichten die uit de fotoreeks spreken. Ze worden aangehaald door Maarten Van Alstein, onderzoeker bij het Vredesinstituut, in zijn essay in het fotoboek bij de tentoonstelling, dat hier vandaag ook wordt voorgesteld.

 

         Ten eerste maakt Jimmy Kets de meerstemmigheid in herdenken en herinneren, waarover ik net sprak, zichtbaar. Hij toont hoeveel verschillende mensen zich bewegen op de herdenkingsplaatsen. Toeristen die met de autocar van begraafplaats naar monument geleid worden, fotoapparaat in de aanslag; wandelaars die toevallig gedenktekens op hun trektochten doorheen de frontstreek tegenkomen; leerlingen die langs de graven gegidst worden om er het verleden te leren kennen; technici die voor het onderhoud instaan,... En ook: kinderen die op oorlogsmonumenten klimmen, omdat die nu eenmaal soms een fijne plek zijn om te spelen.

         Toerisme, erfgoed, educatie: er is niet één reden waarom mensen in groten getale herinneringsplaatsen bezoeken. Overheden en erfgoedorganisaties willen die stroom bezoekers ontvangen en hebben zo veel mogelijk  begraafplaatsen, gedenktekens en loopgravencomplexen gerestaureerd of ontsloten. Het komt allemaal in beeld in de fotoreeks.

 

         Het tweede aspect dat ik wil aanhalen is politiek. Op herinneringsplaatsen en herdenkingsplechtigheden zijn immers ook vaak politici en militairen. De herdenkingen van 14-18 zijn immers ook – nog steeds – politiek. Dat is natuurlijk nooit anders geweest. Herdenkingen van oorlog en geweld zijn altijd gebruikt door staten en politieke bewegingen om hun maatschappelijke projecten een duw in de rug te geven. En omdat politiek om verschil en contestatie draait, ligt het voor de hand dat ook hier geldt dat in vele stemmen over het verleden gesproken wordt.

         Jimmy Kets toont die politieke meerstemmigheid onder meer doordat verschillende herdenkingstradities in beeld verschijnen. De herdenkingstraditie van het Britse Gemenebest lijkt, door de vele witte grafstenen vrij dominant aanwezig. Een traditie die draait om het eerbetoon aan de gesneuvelden en de rouw van de nabestaanden, maar tegelijkertijd ook steeds imperiale en patriottische elementen heeft uitgedragen.

         De Belgische herdenkingstraditie van 14-18 is misschien minder zichtbaar dan de Britse, maar ze is er wel, bijvoorbeeld in de stenen gedaante van de Koning-ridder of op de Nationale Feestdag bij belangrijke herdenkingsmonumenten.

         Ook de Vlaams-nationalistische herinneringstraditie komt in beeld, van de modderige IJzervlakte in Diksmuide tot het monument van de gebroeders Van Raemdonck.

         Jimmy Kets kijkt naar dit alles door een onbevangen lens die ook ons, politici, doet nadenken. Hij doet ons nadenken over hoe we politiek omgaan met ons oorlogsverleden. En welke plaats is meer geschikt om dit debat aan te gaan dan het parlement?

 

         Dames en heren,

 

         Ik wil graag mijn tevredenheid uitspreken over het vruchtbare samenwerkingsverband tussen het Vlaams Parlement, het Vlaams Vredesinstituut en de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Met deze fototentoonstelling zijn we er in geslaagd een uniek perspectief in en op de brede waaier aan initiatieven voor de herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog te brengen. De fotoreeks plaatst ingeburgerde, traditionele vormen van herdenking en herinnering in een ander licht, haalt vergeten elementen naar boven, en introduceert nieuwe pistes. De foto’s sporen aan tot reflectie over het herdenken en herinneren van de Eerste Wereldoorlog, en brengen die herinnering ook tot leven.

         Dat het opzet van deze tentoonstelling geslaagd is, is mede te danken aan de curatoren Wies De Graeve en Tomas Baum, die ik daarvoor hartelijk wil gelukwensen. De grootste verdienste is vanzelfsprekend die van fotograaf Jimmy Kets zelf. Hij zet met deze tentoonstelling niet alleen een grote stap in zijn eigen oeuvre, maar levert ook een belangrijke maatschappelijk bijdrage over de omgang met ons oorlogsverleden. Ik ben hem dankbaar dat hij die bijdrage in ons Vlaams Parlement brengt.

         Ik hoop  dat ook u allen door de blik van Jimmy Kets in deze tentoonstelling nieuwe inzichten, ontdekkingen en gedachten opdoet over de herdenking van de voorbije oorlog en de betekenis van vrede vandaag.

         Ik dank u.

Jan Peumans

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is