Geen trendwatcher, maar een trendsetter

Door Jan Peumans op 5 februari 2015, over deze onderwerpen: Voorzitterschap

Toespraak bij het afscheid van Nelly Maes als voorzitster van het Vredesinstituut

 

 

 

Geachte Genodigden,

Dames en heren,

 

Ik voel mij aangesproken. Ik voel mij aangesproken door de titel van deze academische zitting ‘Vrede en democratie’. Ik voel me evenzeer aangesproken door de inspirerende toespraak van Hans Achterhuis, en door de reacties van panel en publiek.

Als voorzitter van het Vlaams Parlement bevind ik mij immers in de stuurhut van één van de vlaggenschepen van onze democratie: de vergadering van volksvertegenwoordigers die de wetten van onze regio stemmen, de uitvoerende macht controleren, en zo de samenleving mee sturen.

De Pruisische generaal Carl von Clausewitz zegde ooit: "Oorlog is de voortzetting van politiek met andere middelen" Geweld duikt op als de politiek faalt. Die uitspraak houdt in dat politiek een vorm van vreedzaam vechten is. Hoewel Vlaanderen geen leger heeft, zou dat betekenen dat ik in het Vlaams Parlement op een oorlogsschip zit.

Iedereen begrijpt dat ‘vreedzaam vechten’ een boutade is. Maar het is belangrijk ons af te vragen of politiek louter een strijd is: een beslechten van conflicten op een vreedzame manier, met winnaars en verliezers.

Al te vaak zie ik van op mijn voorzittersstoel debat verzanden in een potje schermen tussen meerderheid en oppositie. Dat is met name het geval wanneer het debat te weinig inhoudelijk onderbouwd is.

Precies om het politieke debat rond de vaak complexe vredesvraagstukken inhoudelijk te stofferen heeft het Vlaams Parlement 10 jaar geleden bij decreet het Vlaams Vredesinstituut opgericht.

In die tijd is het Vredesinstituut snel zijn kinderschoenen ontgroeid. Het heeft een sterke band met het parlement en de Vlaamse samenleving ontwikkeld en biedt expertise en advies over een waaier aan thema’s. Van wapenhandel tot de herdenking van de Eerste Wereldoorlog, van vredesopvoeding tot omgaan met radicalisering.

Het Vredesinstituut is klaar om een volgende fase in zijn ontwikkeling aan te snijden. Vanmorgen had ik het genoegen de nieuwe Raad van Bestuur voor de komende vijf jaar te installeren. Die groep bestuurders zal samen met directeur Tomas Baum en zijn team de strategische lijnen voor de toekomst uittekenen.

De meerwaarde van het Vredesinstituut voor het Vlaams Parlement zal in de komende jaren alleen maar groeien, ook al bent u stuk voor stuk geen charismatische vredeshelden van het type Gandhi, Mandela of Martin Luther King. Zulke iconen kunnen hele volkeren een tijdlang inspireren, maar op lange termijn en zeker in deze complexe geglobaliseerde wereld kunnen ook zij geen wereldvrede waarborgen.

U zal zich moeten aanpassen aan de vele nieuwe bedreigingen voor de vrede in de wereld en in onze regio. Ze zullen zowaar uw inzichten moeten bijstellen, soms zelfs herroepen. Maar dat is nu eenmaal de taak van dit Vlaamse Vredesinstituut. Een taak in de schaduw, dat klopt. Maar stille kracht is ook kracht, en vaak zelfs de belangrijkste.

 

Dames en heren,

Vandaag nemen wij afscheid van een aantal bestuursleden die de voorbije jaren het Vredesinstituut mee gemaakt hebben tot wat het nu is. Een aantal daarvan zijn er bij van in het prille begin. Zij hebben het Vredesinstituut mee uit de grond gestampt.

De heer Freddy Sarens gooide zijn ervaring als parlementslid tien jaar lang onafgebroken in de strijd. Hij maakte van in de beginjaren deel uit van een kerngroep die contacten legde met andere Europese vredesinstituten om er inspiratie op te doen.

Ook de heer Jan Clement maakte 10 jaar lang onafgebroken deel uit van de Raad van Bestuur. Met name zijn opmerkingen ‘out of the box’, zwarte humor en taalgevoeligheid gingen in die periode niet onopgemerkt voorbij

Ook andere bestuursleden die we vandaag uitzwaaien, leverden lange tijd een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van het Vredesinstituut. Ik denk daarbij aan William De Bruyn die vele jaren de vredesbeweging vertegenwoordigde in de Raad, alsook aan Guy Putman, Jacobus Delwaide, Gita Deneckere en Filip Reyniers.

Een bijzonder woord van dank gaat naar Philip Nauwelaerts. Hij was 10 jaar lang onafgebroken ondervoorzitter van het. In tandem met Nelly Maes slaagde hij erin het Vredesinstituut in 2005 op de sporen te zetten en het vandaag in uitstekende conditie over te dragen aan een nieuw bestuur.

 

Dames en heren,

Nu kom ik bij de laatste episode van mijn dankwoord.

Mevrouw Maes…

“De wijven moeten niet zoveel complimenten maken.”

Ik denk niet dat u die uitspraak van Jos Van Eynde zaliger ooit zal kunnen vergeten, niet?

Wel, Nelly, het is maar goed dat u veel complimenten gemaakt heeft, want daardoor heeft u veel bereikt: voor de vrouwen, voor Vlaanderen, voor de gemeenschap, voor de vrede.

Het brede publiek zal zich u herinneren als voorvechter van het eerste uur van de vrouwenrechten. Maar wij zijn evenmin vergeten dat u al in 1971 deel uitmaakte van de Cultuurraad, de voorloper van ons Vlaams Parlement.

U bent duidelijk veel meer dan wat men tegenwoordig een trendwatcher noemt, u was een trendsetter. U voedde de trends, u was en bent nog steeds een voortrekker, u zette uw schouders onder het debat van vele maatschappelijke veranderingen.

U deed dat Ongebonden. Want u was ongebonden op uw best. Treffender kon auteur Alain Debbaut het niet verwoorden toen hij  in 2013 uw biografie de titel ‘Ongebonden Best’ meegaf. En de ondertitel ‘Vrouw en Vlaams’ typeert u mogelijk nog meer.

Ook voor het Vredesinstituut heeft u pionierswerk verricht. Ik denk daarbij aan uw bijdrage aan de legendarische onderzoekscommissie naar wapenhandel in het federale parlement in de jaren ’80. Uw politiek engagement en uw inzet voor vrede gingen hand in hand.

U diende in 1995 al een voorstel van decreet in houdende oprichting van een Vlaams Vredesinstituut. Dat was een belangrijke schakel in de lange voorgeschiedenis van het Vredesinstituut.

In het oorspronkelijke decreet van 2004 was er sprake van een Vlaams Instituut voor Vrede en Geweldpreventie. Die laatste term is weggevallen, maar hij is actueler dan ooit. De recente gebeurtenissen, die onze democratische en vreedzame samenleving bedreigen, vragen om een adequaat antwoord en daarin heeft u het  Vlaams Vredesinstituut een cruciale rol laten spelen.

Door al het werk dat u in uw loopbaan al had geleverd, kon het niet verbazen dat u de eerste voorzitter werd. U was daartoe voorbestemd.

En gezien uw vastberaden karakter – geen geheim voor wie Nelly kent – is het al helemaal niet verwonderlijk dat u  daar tussen 2010 en 2015 een tweede termijn heeft aan toegevoegd.

 

Geachte mevrouw Maes, beste Nelly.

U hebt het instituut een krachtige duw in de rug gegeven van bij zijn oprichting. Ook door de woelige periodes in de voorbije 10 jaar bleef u met doorzettingsvermogen aan boord.

U bent erin geslaagd de consensus en eensgezindheid in de Raad van Bestuur te allen tijde te bewaren. Dat is gezien de thema’s die het Vredesinstituut behandelt geen sinecure. Als voorzitter en als lid van het Dagelijks Bestuur steekt u mee de pluim op uw hoed van een goed functionerend en performant Wetenschappelijk Secretariaat. De medewerkers van het instituut vertellen mij dat uw warmte en menselijkheid hen al die jaren bijzonder veel deugd deed. Ik ben er zeker van dat het Secretariaat, samen met de nieuwe Raad van Bestuur, de erfenis veilig zal stellen die u nalaat met dit Vredesinstituut.

Onze oprechte dank dus, en ik reken er op dat wij u de komende jaren tot de intimi van het Vredesinstituut mogen blijven rekenen.

 

 

Om u te danken overhandig ik u graag mede namens directeur Tomas Baum en de medewerkers een aandenken. Het is een van de foto’s uit de knappe fotoreeks die Jimmy Kets maakte over de herdenking van de Eerste Wereldoorlog en die tot Kerstmis te zien was in de Loketten van het parlement.

De foto werd genomen op het Duitse kerkhof in Langemark, en toont het  beeldhouwwerk van Emil Krieger, met vier versteende figuren uit het verleden, die oog in oog met vier jongeren de toekomst tegemoet zien. Het verleden en de toekomst, jong en oud, winnaars en verliezers, oorlog en vrede. Nelly, het zijn thema’s waarvan we weten dat ze u gisteren, vandaag én morgen bezig houden.

 

Dames en heren,

Ik keer straks terug naar mijn stuurhut om in dit huis het vreedzaam vechten te overschouwen. Vrede en democratie; het zijn vandaag geen loze woorden of lege begrippen. We moeten ons dus allen aangesproken voelen. Samen met alle geledingen van onze samenleving, met het Vredesinstituut en met u hoop ik er blijvend werk van te maken.

 

Foto-album

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is