Is het Vlaams Parlement monddood?

Door Jan Peumans op 11 december 2009, over deze onderwerpen: Voorzitterschap

Het debat over het ontslag van de ceo van de VRT, Dirk Wauters, werd in het Vlaams Parlement niet plenair gevoerd. De oppositie hield een minuut stilte uit protest, omdat de parlementsvoorzitter zich met zijn beslissing ontpopt zou hebben tot 'minister van Censuur'. Jan Peumans heeft zijn repliek klaar in De Standaard: "Er vonden maar liefst zeven actualiteitsdebatten plaats, over de meest uiteenlopende onderwerpen, in plenaire vergadering".

Het Vlaams Parlement is hét huis van de democratie in Vlaanderen. In dat huis waakt de voorzitter over de rechten en de plichten van alle fracties en volksvertegenwoordigers, zonder onderscheid tussen meerderheid en oppositie. Elke volksvertegenwoordiger, en bij uitbreiding elke fractie, heeft het recht om te spreken, het recht om een standpunt te brengen, het recht om te debatteren. Diezelfde gekozenen des volks hebben naast rechten echter ook plichten, zoals de plicht om de nodige intellectuele eerlijkheid aan de dag te leggen. Ook wanneer het over de werking van het parlement zelf gaat.

Afgelopen maandag besliste het Uitgebreid Bureau van het parlement om drie ingediende interpellaties over het ontslag van de gedelegeerd bestuurder van de VRT te behandelen in de commissie Media en niet in te gaan op het verzoek van de oppositie om hierover in plenaire vergadering een actualiteitsdebat te organiseren. Dat Uitgebreid Bureau coördineert de politieke werking van het parlement en is samengesteld uit de voorzitter, zes ondervoorzitters, drie secretarissen, en alle fractievoorzitters. Het Uitgebreid Bureau besliste. Niet bij consensus, maar bij stemming: meerderheid tegen oppositie. Ook dat is democratie. Persoonlijk was ik er op dat moment ook van overtuigd dat een behandeling van dit actuele dossier in de commissie de grondigheid, de diepgang en de kwaliteit van het debat ten goede zou komen. 

Comical Ali

Dat de oppositie niet onverdeeld gelukkig was met die beslissing, lag in de lijn der verwachtingen. Het was een keuze, met voor- en tegenstanders. Maar ook een keuze die het recht voor de volksvertegenwoordigers op een grondig debat op korte termijn vrijwaarde. De morele plicht om in dat debat de nodige intellectuele eerlijkheid aan de dag te leggen, werd helaas al snel met de voeten getreden. Wat begon met een persbericht van de LDD-fractie, in de gekende stijl, eindigde in een beschamend schouwspel vol onterechte verwijten aan mijn adres bij aanvang van de plenaire vergadering. De voorzitter maakt het parlement monddood. Hij is de minister van Censuur geworden, de Comical Ali, kortom de marionet van de regering. Een fraai stukje drama met een geënsceneerde minuut stilte als apotheose. Het maakte indruk. En dan heb ik het niet over het schouwspel op zich, maar over de manier waarop bepaalde fractieleiders uit de oppositie een loopje namen met de werkelijkheid en zich lieten verleiden tot platte politieke (woord)spelletjes. 

Kaltstellen

De achtbare leden leken in al hun enthousiasme te vergeten hoe ons parlement werkt en vooral werkte tijdens de voorbije maanden. Als voorzitter nam ik tijdens het zomerreces, nog voor de aanvang van het parlementaire werkjaar, vooral op vraag van de oppositie, het initiatief om een Commissie ad hoc meermaals (vijf keer om precies te zijn) samen te roepen om over actuele dossiers (de BAM, het Vlaams Huis in New York, Opel, enzovoort) te debatteren. Niet echt gebruikelijk, want knap lastig voor de regering. Het was naar mijn aanvoelen wenselijk en nodig. Democratie op zijn best, over de partijgrenzen heen. Bij de start van het parlementaire werkjaar gingen we door op dat elan. Er vonden maar liefst zeven actualiteitsdebatten plaats, over de meest uiteenlopende onderwerpen, in plenaire vergadering. Meestal op vraag van de oppositie. Merkwaardig dat nu plots het kot te klein is als het Uitgebreid Bureau na een lange gedachtewisseling beslist om voor één keer niet in te gaan op een verzoek van de oppositie en het debat te voeren in de bevoegde commissie. Die vergadering werd overigens zeer druk bijgewoond door de Vlaamse volksvertegenwoordigers én de media. Men kan dan ook niet zomaar stellen dat een verwijzing van dit debat naar commissie gelijkstaat met het 'kaltstellen' van de discussie of wegmoffelen van het dossier, zoals door sommige leden werd geïnsinueerd. Als voorzitter zal ik het steeds blijven opnemen voor het parlement, vanuit een onafhankelijke positie ten aanzien van de regering. Dat is mijn taak, mijn belofte, en vooral mijn natuurlijke reflex. Ik kan enkel vaststellen dat de heisa van de voorbije dagen vanuit bepaalde oppositiepartijen geïnspireerd is op lust naar sensatie, meer dan op de zin voor een inhoudelijk eerlijk debat. Het zal mijn initiatieven om van het Vlaams Parlement een sterk en levendig halfrond te maken echter niet beïnvloeden.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is