Macht en onmacht in het Vlaams Parlement

Door Jan Peumans op 22 september 2014, over deze onderwerpen: Voorzitterschap

Bij de opening van het zittingsjaar 2014-2015 gaf Opera Vlaanderen een concert in het halfrond van het Vlaams Parlement om haar jaarprogramma voor te stellen onder de noemer 'Macht en onmacht'. Voorzitter Peumans ging in zijn openingsspeech dieper op dat thema in.

Beste collega’s,

Meneer de minister-president, geachte ministers,
Dames en heren,

Ik heet u allen van harte welkom. Ik hoop dat u een ontspannende en verkwikkende vakantie achter de rug hebt en klaar bent voor een ongetwijfeld boeiend werkjaar. Mede namens de andere leden, dank ik de Vlaamse volksvertegenwoordigers voor het vertrouwen dat u in het Bureau van het Vlaams Parlement en uw voorzitter stelt. Ik wil hier nog eens benadrukken dat ik de voorzitter ben en zal zijn van alle 124 Vlaamse volksvertegenwoordigers, zonder een onderscheid te maken tussen de meerderheid en de oppositie.

Behalve de aanstelling van het Bureau hoort u in deze openingszitting straks de Septemberverklaring van de Vlaamse regering. De minister-president zal daarin de algemeen maatschappelijke situatie bespreken, de beleidsvoornemens van de Vlaamse ministers bekendmaken en de krachtlijnen van de begroting 2015 aangeven.

Deze middag mochten we hier in het halfrond genieten van het erg gesmaakte concert  om het seizoen 2014-2015 van Opera Vlaanderen voor te stellen. Dat seizoen loopt onder het thema ,,Macht en onmacht”. Sta me toe dat ik bij dit gegeven even stilsta, omdat dit ook ons, politici, aanbelangt. Meer zelfs: omdat dit in de eerste plaats ons, politici, aanbelangt.

Macht kan men definiëren als het vermogen om iets te doen of te bewerkstelligen. Macht is het uitoefenen van gezag, verkregen uit het mandaat of de functie die men bekleedt. Macht is tenslotte ook het uitoefenen van invloed, de kracht van verandering , gebaseerd op overtuigingskracht en charisma, zoals het geval is bij dat tot de verbeelding sprekende personage van Don Giovanni uit de gelijknamige opera der opera’s van Mozart.

Onmacht kan men dan eenvoudig duiden als het ontbreken van macht, als on-vermogen. Men wil iets bereiken of verwezenlijken, maar men slaagt er niet in. Deze onmacht tot verandering komt treffend tot uiting in de monumentale volksopera Khovantsjina van Moesorgski, waaruit we  een aangrijpende koorzang hebben gehoord. In deze opera komen de machtsbeluste behoudsgezinden tegenover de hervormingsgezinden te staan.

In onze westerse, democratische traditie gaan we ervan uit dat de machtsuitoefening stoelt op verkiezingsresultaten, gebeurt op een wettelijke basis en verloopt in goed overleg met degenen over wie het gezag wordt uitgeoefend. We moeten evenwel vaststellen dat dit ook in de moderne wereld niet de algemene norm is. Meer zelfs, de meerderheid van de wereldbevolking leeft in onze 21ste eeuw nog altijd onder een politiek stelsel waarbij de parlementaire instellingen elke werkelijke macht ontberen, onder het stelsel van een al dan niet militaire dictatuur of zelfs onder regelrechte terreurregimes.

Wie de krant openslaat, het journaal op televisie bekijkt of de elektronische media volgt, kan er niet omheen. Op zeer vele plaatsen ter wereld wordt de legitimiteit van de heersende klasse in vraag gesteld. Voornamelijk omdat de geloofwaardigheid van de machthebbers ernstig is aangetast, veelal door machtsmisbruik in al zijn facetten, of het nu gaat om machtshonger, nepotisme, vriendjespolitiek, corruptie,  intriges, bedrog, repressie of het uitschakelen van elke oppositie. Vaak is de houding van de machthebbers die zich daaraan schuldig maken, ingegeven door hun fundamentele onvermogen en onmacht om op democratische manier tot een maatschappelijke verbetering te komen. De confrontatie tussen de machthebbers en hun critici, die deze situatie niet langer pikken, leidt tot dramatische toestanden en een ontwrichte samenleving, zoals ons niet alleen geschetst werd in La Juive van Fromental Halévy, maar zoals we  die ook vandaag nog meemaken in Oekraïne, Syrië of Irak.

In Le Nozze di Figaro, waarvan we de ouverture gehoord hebben, schildert Wolfgang Amadeus Mozart de chaotische toestanden die heersten in een turbulente wereld aan de vooravond van de Franse Revolutie. Mozart voert een wereld vol onrust op, volop in beweging en in de ban van het onbestemde. Het oude vertrouwde is niet meer. De toekomst is onzeker. Het is niet meer duidelijk wie de macht in handen heeft of wie de volgende, beslissende stappen zal zetten. Alles trilt en tolt, niet in het minst de gevoelens van de protagonisten, die overhoop liggen met hun eigen angsten en verlangens, maar ook maatschappelijk het noorden kwijt zijn.

Collega’s,

Af en toe bekruipt mij het gevoel dat wij tijdens onze parlementaire werkzaamheden eveneens het noorden kwijt raken. Maar alle gekheid op een stokje, in Vlaanderen gebeurt de machtsuitoefening een stuk beschaafder. Toch wil ik even kort reflecteren over ‘macht en onmacht’ in het Vlaams Parlement.

Op het eerste gezicht lijkt de macht van ons parlement groot. Het Vlaams Parlement benoemt de regering, stemt de decreten, keurt de begroting goed en controleert de regering. In de praktijk  evenwel zijn er een aantal elementen die de macht van de parlementsleden nuanceren, ja zelfs inperken.

Laat ik een aantal dingen bij naam noemen.

De regeringspartijen sluiten een regeerakkoord waarin de afspraken vastgelegd worden voor de komende regeerperiode. Dat kan leiden tot ‘afspraak is afspraak’ of voor de latinisten onder u het bekende adagium ‘pacta sunt servanda’, waardoor voor parlementsleden die tot de meerderheidspartijen behoren, de discussie en mogelijke wijzigingen in beleid beperkt worden of zelfs niet aan de orde zijn.

De regeringspartijen steunen vaak de voorstellen van de regering omdat zij nu eenmaal een regeringspartij zijn en zeker als het gaat om een minister uit de eigen geledingen. De partijdisciplinemaakt dat het parlementslid met het beleid instemt, omdat de prijs van niet-instemmen voor hem te hoog is.

Los van deze politieke beperkingen van het parlementaire werk, is er ook het feit dat wij ons wijden aan wetgevend werk dat bijna letterlijk alle terreinen van de samenleving bestrijkt. De problemen die we in de maatschappij tegenkomen en de oplossingen die daaraan tegemoet kunnen komen, zijn vaak ingewikkeld en erg complex. De minister heeft dankzij haar of zijn kabinet en het ambtenarenapparaat een flinke informatieve voorsprong. Het takenpakket van het parlementslid en zijn medewerker is daardoor erg groot en het parlementslid kan moeilijk alle finesses van de problematiek en wetgeving kennen, zeker als het gaat over materies waarmee hij niet zo vertrouwd is. Het beoordelen hiervan is dus niet altijd goed mogelijk. Dat geldt zeker voor de kleine fracties.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is