Philippe Geubels interviewt Jan Peumans (of is het andersom?) - Interview in Het Belang van Limburg van 1 april 2015

Door Jan Peumans op 1 april 2015, over deze onderwerpen: Limburg, Voorzitterschap

BRUSSEL - Of ik voor de 1 april-krant een politicus wilde interviewen, vroeg de hoofdredacteur van Het Belang van Limburg me toen hij nog niet wist dat hij door mij aan de kant zou worden gezet. Dat zag ik wel zitten, op voorwaarde dat het een grappige politicus mocht zijn. Dat mocht, dus koos ik meteen voor de allergrappigste: Jan Peumans, voorzitter van het Vlaams parlement. Peumans is het trouwens met me eens als ik vind dat hij humoristische kwaliteiten heeft: “Eigenlijk ben ik de énige grappige politicus in dit land”, zegt hij, “de anderen nemen zichzelf veel te serieus. Tobback kan er nog mee door. De ouwe, bedoel ik dan. De jonge niet, want die is depressief.”

Ik heb het niet begrepen op steden, en al helemaal niet op Brussel.Maar toch moet ik naar de hoofdstad, want Jan Peumans verwacht me in zijn kantoor, en daarna gaan we samen eten in het voortreffelijke restaurant van het Vlaams parlement. Waarom ik niet van steden hou: je weet nooit op welk tijdstip je moet vertrekken als je er naartoe moet. Ook deze keer gok ik fout, met als gevolg dat ik een kwartier te laat kom. Peumans vergeeft het me en gaat meteen in humormodus. Opluchting. Maar ook: verbazing. Omdat ik zie dat we ongeveer even groot zijn. “Ik had verwacht dat u kleiner was”, zeg ik. “Toen u te gast was in ‘De Slimste Mens Ter Wereld’ lachte ik dikwijls met uw gestalte, maar we zijn verdomme even groot.”

“Erik Van Looy heb ik onlangs ook nog uitgenodigd”, antwoordt Peumans. “Samen met Slons Van Glons Of hoe heet Slons Van Bij Ons? (Slongs Dievanongs,red.) Weet je trouwens dat Erik nauwelijks groter is dan ik? (wijst naar een exemplaar van ‘Het Grote Kabouter Wesley Boek’ dat op zijn bureau ligt) Cadeau gekregen van mijn medewerkers toen ik zestig werd, ze noemen me dan ook ‘kabouter’. Ik heb ze allemaal buitengegooid. Niet spotten met de voorzitter! (lacht) De bijnamen die ik al heb gekregen: Kabouter Plop, Kabouter BAM…”

Kabouter BAM?

“Omdat ik alles weet over het BAM-tracé, tiens.”

Hoe komt het dat u dat daar alles over weet?

“Omdat het mijn werk is, Geubels.”

Ik had he Ik dacht dat het allemaal in Antwerpen geregeld werd.

“Ach, in Antwerpen kennen ze daar niks van. (lacht) Maar als ik met een kabouter vergeleken moet worden, doe dan toch maar Kabouter Wesley. Want ik kan, net als Wesley, soms ook wel een driftig, gedreven manneke zijn. Klein of niet, ik heb toch maar mooi een privéchauffeur. Dat hebt gij niet, hé?”

Dat zou ik ook wel willen. Als ik zo rijk word als u, schaf ik me er een aan.

(lacht luid) “Dat heeft niks met rijk zijn te maken. Als je een chauffeur wil, moet je gewoon voorzitter van het parlement worden.”

Nee merci, dan moet ik elke dag naar Brussel. Ik heb een hekel aan steden, en van alle steden haat ik Brussel het meest.

“Blijf dan maar in Boechout.Of kom naar Limburg, ik zal u eens uitnodigen.Maar die Lieven Scheire niet, hé. Die heeft me in ‘De Slimste Mens’ belachelijk gemaakt met te zeggen dat Limburgers langzaam zijn en van dat allemaal. Veel provinciegenoten hebben me achteraf gezegd:‘Als die Scheire zich nog in Limburg durft te vertonen, zal hij er niet goed van zijn!’.”

Oei. Limburgers zijn nochtans niet zo snel kwaad te krijgen, toch?

“Nee, wij zijn zachtaardige mensen. Dus die Limburgers waren natuurlijk niet echt kwaad op Scheire.

Da’s humor, hé. Wij Limburgers kunnen met onszelf lachen. Ik zeg altijd: wie niet kan lachen met

zichzelf, mag niet lachen met een ander. Humor is een stevig wapen, daar ben ik van overtuigd. Ook in de politiek, je kan er situaties mee ontmijnen. Als je de mensen kan doen lachen, heb je al half gewonnen. Maar dat moet ik u natuurlijk niet uitleggen.”

Humor als wapen gebruiken, ik vond dat Bart De Wever dat in het begin heel goed deed.

“Nu niet meer, hé?”

Nee, hoe komt dat?

“Die mens draagt alle lasten van de wereld op zijn schouders. Hij is burgemeester, partijvoorzitter, gezinsvader... En schaduwpremier,zeggen ze. Combineer dat maar eens. En dan staat hij ook nog eens voortdurend onder bewaking. Je zou van minder stress krijgen.”

Ja, hij lacht niet veel meer, hé.

“Hij kan soms toch nog grappig uit de hoek komen, hoor. Maar uitbundig lachen, zoals wij dat kunnen, dat heeft Bart De Wever nooit gedaan.”

Men zegt vaak dat hij zijn populariteit te danken heeft aan ‘De Slimste Mens’. Denkt u dat dat klopt?

(knikt) “Als je in een sympathiek programma zit, heb je het pleit al voor de helft gewonnen. Maar los daarvan is De Wever ook een hele slimme mens. Veel slimmer dan ik.Volgens sommigen toch. Toen mijn ‘De Slimste Mens’-avontuur na één aflevering was afgelopen, hoorde ik kritiek als: ‘Wat een stommerik is die Peumans: hij heeft nog nooit gehoord van de Sahara in Lommel.’  Tja, ik weet dan weer andere dingen. Wat maakt het ook uit? Maar je hebt wel een punt als je zegt dat De Wever vroeger grappiger was. Hij kon soms echt gevat uit de hoek komen, meestal totaal onverwacht. Dat ik dacht: ‘Chapeau.’ Maar dat doet hij hoe langer hoe minder.”

En u?

“Wie? Ik? (droog) Ik ben een triestige mens, jong. Een saaie piet. Da’s normaal, hé: als je boven de zestig bent, begin je af te taaien.”

Misschien moet u wat meer Viagra nemen.

(tot zijn woordvoerder) “Daar begint hij weer. Die Geubels kan nooit eens een serieuze opmerking maken. Nee jong, ik ben saai en dom. Tenminste toch als ik die journalist van Het Laatste Nieuws mag geloven. Na mijn korte doortocht in ‘De Slimste Mens’ schreef hij: Die Peumans is zo lomp dat hij denkt dat het Gerrit is in plaats van Gert. Ik zei net dat humor belangrijk is. Wel, die journalist - Mark Coenegracht, als ik me niet vergis - heeft dus zeer weinig humor, me dunkt. Ik zei in de uitzending ook: Geubels, als ge nu niet zwijgt, ben ik hier weg! Weet je nog? Wel, die journalist presteerde het te schrijven dat ik echt boos was, dat ik er niet tegen kon dat er grapjes over mij werden gemaakt. Dan denk ik: nee, man, gij hebt het niet.”

Daar ben ik het mee eens. Coenegracht staat in onze kringen niet meteen bekend als een integer journalist. Toch niet zo integer als ik.

(lacht) “Gij zijt goed, gij! Zeg, je moet nog eens een keer terugkomen naar het Vlaams parlement, als er meer tijd is voor een uitgebreide rondleiding. En dan breng je je vrouw ook maar mee.”

Oké, maar mijn vrouw ga ikthuislaten. Het moet gezellig blijven, hé.

(tot zijn woordvoerder) “Het moet gezellig blijven, zegt hij.”

Over vrouwen gesproken: hebt u een grappige vrouw?

“Een goede vrouw.”

Dat is een ontwijkend antwoord.

“Nee, helemaal niet. Maar als ik aan mijn echtgenote denk, denk ik in de eerste plaats aan een vrouw die omzeggens altijd bezorgd is om haar kroost, we hebben drie kleinkinderen. Ze kan me soms wel doen lachen, hoor, maar ze heeft lang niet zo’n grote mond als ik. Hoe dan ook, humor is thuis zeer belangrijk: we kunnen dan ook enorm genieten van programma’s als ‘De Ideale Wereld’ en ‘Tegen De Sterren Op’. En met de aflevering van ‘De Slimste Mens’ waar ik in zat, heeft mijn vrouw driedubbel gelegen van het lachen. Al kwamen er ook reacties van mensen die het schandalig vonden dat een parlementsvoorzitter deelnam aan een amusementsprogramma: Ge moest u schamen, Peumans. Wie zoiets zegt, kan niet met zichzelf lachen, vind ik.”

Humor, oké, maar ik weet soms niet wat u meent en wat u niet meent. Omdat u uw grappen soms zo ernstig brengt.

“Dat moet gij zeggen, Geubels! (krijgt telefoon - ‘Ja, ik kom eraan.Ik zit hier nog even vast met Philippe Geubels. Die kent ge wel, da’sdie zeiker van tv. Hij heeft zichzelf hier uitgenodigd op het parlement. Ik bel u straks terug).”

Deze grap was dan weer wél duidelijk.

“Dat was Grete Remen. Weet je wat ze vroeg? Philippe Geubels, is dat die van de Colruyt?”

Daar geraak ik maar niet vanaf, en het is nochtans al tien jaar geleden. Maar iets anders: hoe is de sfeer in het parlement, eigenlijk?Wordt daar veel gelachen?

“Nee, veel te weinig, vind ik. Hier en daar probeert er wel eens eentje iets. Zoals N-VAvolksvertegenwoordiger Wilfried Vandaele. Hij begon zijn uiteenzetting met: Die klimaatverandering, wat is dat nu eigenlijk voor flauwe zever? Overduidelijk een grap, maar die van Groen trapten er natuurlijk met beide voeten in. Ik dacht: allez jongens, alstublieft.”

Ik heb me laten vertellen dat politici in ’t parlement veel minder hun best doen als er geen camera’s van ‘Villa Politica’ in de buurt zijn.

“Dat is zo. Politici gedragen zich totaal anders als er camera’s zijn. Ik niet, ik merk de camera’s zelfs niet meer op, ik ben altijd mezelf.Maar ik heb dan ook niks te vrezen van Linda De Win, want ze is een goede vriendin. (lacht) Ze was blij toen ik voorzitter werd, en de oppositie ook. Omdat ik waak over de rechten van iedereen, ik ben niet de loopjongen van de regering. Je zal aan mij nooit merken dat ik van de N-VA ben, integendeel: voor mijn partijgenoten ben ik zelfs strenger. Dat kan niet van al mijn voorgangers worden gezegd: ik heb voorzitters gekend die niet bepaald onpartijdig waren.”

Wie zoal?

“Wie Zuwal? Die ken ik niet. Waar woont die? (lacht) Nee, ik noem geen namen. Maar wat je net zei, is waar: de media zijn voor politici handige instrumenten om zich te profileren. (verandert van onderwerp)

Maar Geubels, mag ik nu ook eens een paar vragen stellen? Hoe zit dat eigenlijk met u? Wanneer gaat ge weer aan ’t werk?”

Ik probeer nu vooral zo weinig mogelijk aan mijn werk te denken, en geniet zoveel als ik kan van het vaderschap.

Ge hebt een dochter, hé? Geef me uw nummer straks eens, dan stort ik wat geld op uw pamperrekening.”

Nee nee, ik ben daar tegen. Geld vragen bij een geboorte, ik vind dat raar. Als je een kind wil, zorgdan dat je het kan onderhouden.Ik wilde zelfs geen geboortelijst leggen, maar daar kon ik blijkbaar niet onderuit.

“Gij zijt toch een lastige mens, gij.Ik had het trouwens geapprecieerd als je een cadeautje voor míj had meegebracht. Je gaat de voorzitter van het parlement tenslotte niet elke dag bezoeken. Al was het maar een stuk fruit, of zo, maar nee, nu sta je hier met lege handen.”

Ik zal straks eens in mijn auto gaan kijken of ik nog een fles wijn van ‘De Slimste Mens’ heb.

(lacht) “Doe dat! Zeg, wat moet je buiten dit interview nog doen voor Het Belang van Limburg?

Onder meer een diepte-interview met Tom Boonen.

“Toffe kerel, die heeft net zoals ik bankrekeningen in Monaco. (buigtzich naar de recorder) Grapje, hé.”

Ik wilde voor ’t Belang de grappigste politieker interviewen. Dat bent u dus.

“Ik denk dat ik zo ongeveer de énige grappige politicus ben. Bart Somers en Ben Weyts hebben een guitigheid die ik wel kan apprecieren. En dan is er Louis Tobback nog, maar dan hebben we het zo ongeveer gehad. Niet de jonge Tobback, hé, want die is depressief.”

Oei.

“Bruno Tobback is veel te serieus. Ik zeg hem dat regelmatig: ‘Bruno,op u heb ik het zo niet, maar uw vader is zó een kerel.’ (lacht) En Jo Vandeurzen en Geert Bourgeois zijn veel te ernstig. Nogmaals: er wordt in de politiek veel te weinig gelachen. En weinig politici kunnen zichzelf relativeren.”

Daar blijft u maar op hameren. Maar ik vind die voormalige burgemeester van Aalst wel eentoonbeeld van zelfrelativering?

“Die van de wippartij op de toren?”

Ja, de torenpoepster.

“Ilse Uyttersprot! Tja Philippe, allemaal goed en wel, maar dat kan je als CD&V-lid toch niet maken. Dat een socialist of een communist nu in ’t openbaar van bil gaat, daar zou ik nog kunnen inkomen, maar dat pik je toch niet van iemand van de christelijke partij! (lacht luid) Quid pro quo, Geubels, nu mag ík weer een vraag stellen. Gij gaat op een podium staan, dan wil dat toch zeggen dat ge uzelf goed vindt?”

Da’s eigenlijk niet waar. Ik schrijf al mijn grappen op en probeer ze uit op een klein publiek voor ik naar de grote zalen trek. Als je dat doet, wil dat toch zeggen dat je niet overloopt van zelfvertrouwen.

“Allez, da’s raar. Ge hoeft toch maar een paar grappen te bedenken en daar een titel als ‘Geubels Doet Gek’ op te plakken, en klaar is Kees, nee?

Nee, was het zo simpel maar. Ik ga al mijn grappen uitproberen in mijn stamcafé in Boechout. Hebt u geen stamcafé?

“Nee, ik ben burgemeester geweest, maar het is een groot misverstand dat burgemeesters veel tijd moeten doorbrengen op café. Weet ge wat ge in ’t café tegenkomt? Een hoop lallende zatlappen die je voortdurend op je schouders tikken en in je oren brullen. Als je dan thuis komt, heb je zó’n hoofd. Nee, dankuwel, da’s niks voor mij. Ik let ook op mijn drankconsumptie, want de kans om een glas te drinken doet zich al te vaak voor. Maar zal ik u nu eens iets helemaal anders vertellen? Weet gij dat ik, de eerste burger van Vlaanderen, een halve Hollander ben? Mijn moeder was een Nederlandse. Nu gij.”

Dus wij zitten altijd maar te lachen met uw gestalte, maar eigenlijk is er nog iets veel ergers aan u.

(lacht) “Touché, Geubels. Maar wat ik graag eens zou willen weten:als je zulke grappen maakt, hoe weet je dan dat je de juiste toon te pakken hebt?”

Ik voel dat aan. Toen ik in de Colruyt werkte, wist ik ook al perfect hoe ver ik kon gaan met de klanten. Enfin, ik dacht toch dat ik dat wist. Soms waren er collega’s die zeiden: ‘Mocht ik zoiets zeggen tegen de klanten, ze zouden zeker kwaad weglopen.’

“Je moet eigenlijk goed naar iemands gezicht kijken om te weten welk vlees je in de kuip hebt.”

Als ik even samenvat, komt u zelden op café en zit u niet al te vaak in musementsprogramma’s. Hoe bent u dan zo populair geworden?

“Door mijn intelligentie, jongen. Nee, ik heb veel te danken aan Het Belang van Limburg en TV Limburg. Die media hebben altijd correct bericht over de dingen die ik verwezenlijkt heb. In mijn dertig jaar in de politiek ben ik veel in de media geweest, hoor. Met serieuze onderwerpen dan, niet met Geubels-toestanden als dit. Want, als het op mijn werk aankomt, ben ik bloedernstig, dat moet als je je job goed wil doen.”

Ik heb in u nooit een N-VA’er gezien.

“Dat zeggen er wel meer.”

Ik ben niet tegen de N-VA, maar die partij wordt toch vaak omschreven als zuur. Ik zag u eerder bij de socialisten of Groen.

(Manuela Van Werde, Vlaamsvolksvertegenwoordiger voor N-VAdie een tafel verderop zit, kijkt raar op) “De socialisten en de groenen? Die zijn nog zuurder. (lacht) In het begin van mijn carrière ben ik zes weken lid geweest van Amada, en ook nu behoor ik tot de linkse, groene vleugel van de partij. Ik zal eerder opkomen voor een natuurgebied dan voor een nieuwe autosnelweg.”

Maar toch is de N-VA voor veel mensen de vervanger van Vlaams Belang.

“We hebben inderdaad veel ex-Vlaams Belangers aan boord, maar toch gaat die stelling niet op. Leg de ideologie van beide partijen maar eens naast mekaar, die komen niet overeen. Wij zeggen bijvoorbeeld niet dat alles wat fout gaat in dit land de schuld is van de Walen. Vlaams Belang zegt dat duidelijk wel. Als de N-VA de vervanger van Vlaams Belang was, dan was ik hier al lang weg. Weet je hoe de mensen aan dat beeld komen? Door de media, en door niets anders. Neem nu kranten als De Morgen en De Standaard: maar jongens toch, daar word je niet goed van. Ze schetsen vaak een vertekend beeld. Niet altijd, hé, het hangt er vanaf met welke journalist je te maken hebt. Dus, als ik weet dat ze voor een interview een journalist sturen die in mijn ogen onbetrouwbaar is, ga ik niet. Zo ben ik dan weer wel.”

U bent bijna pensioengerechtigd. Wat wilt u nog bereiken in uw leven?

“In 2009 dacht iedereen dat ik minister zou worden, maar da’s niet doorgegaan. Omdat de Grote Leider uit Antwerpen vond dat iemand van Antwerpen minister moest worden. Ik begreep die beslissing volkomen. Ook al omdat ik niet meteen de meest gewone mens op deze aardbol ben, mij heb je niet altijd onder controle. Ik kan rekening houden met anderen, maar even vaak vaar ik mijn eigen koers. Ik ben de N-VA dankbaar dat ik de kans heb gekregen om parlementsvoorzitter te worden, want misschien is deze functie me wel op het lijf geschreven. Zie je het al gebeuren dat ik me laat commanderen door Geert Bourgeois? Ik niet. (lacht) Daar ben ik veel te onafhankelijk voor.

Dus, wat wil ik nog in mijn leven? Te voet naar Santiago de Compostela gaan, samen met mijn vrouw. Da’s dus voor als ik met pensioen ga. Andere horizonten verkennen, de Dag Allemaal lezen en de achterste pagina’s van Het Belang van Limburg. (lacht) Want daar heb ik nu de tijd niet voor. En ik wil misschien ook nog doctoreren, maar laten we daar maar over zwijgen, want dit interview moet niet al te ernstig worden.”

Dan zullen we maar stoppen. Nog een slotvraag. Denkt u dat ik geschikt zou zijn voor de politiek?

“Tuurlijk! Alhoewel, gij hebt de intelligentie niet, vrees ik. Maar goed, daar kunt gij ook niks aandoen.” (lacht)

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is