Toespraak Regionaal Landschap Kempen & Maasland - Jubileum 25 jaar

Door Jan Peumans op 24 maart 2015, over deze onderwerpen: Leefmilieu, Limburg, Voorzitterschap

Dames en Heren,

Geachte aanwezigen,

Hoera Hoera !! Riparia Riparia !!!

U denkt misschien dat ik met Riparia Riparia !!! een nieuwe juichkreet wil lanceren ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van de vzw Regionaal Landschap Kempen & Maasland.

De vogelspotters hebben mij begrepen, de anderen wil ik best wat uitleg verschaffen: Riparia Riparia is de wetenschappelijke Latijnse benaming voor de oeverzwaluw.

En laat nu net dat kleine vogeltje belichamen waarom Regionaal Landschap Kempen & Maasland trots mag zijn ter gelegenheid van haar jubileumviering.

De oeverzwaluw is namelijk een van die soorten die in de vallei van de Kikbeek een nieuwe habitat gevonden heeft. Als u zo verstandig bent om een natuurgids te volgen naar de vroegere zandgroeve tussen Opgrimbie en Zutendaal, dan zal hij u met fonkelende ogen de weg wijzen naar de wand waarin die oeverzwaluw nestelt. Alsof hij u naar een geheime schatkamer loodst.

Die natuurlijke leefomgeving heeft onze Riparia Riparia gevonden dankzij de inzet van een hele reeks partners, zoals het Agentschap voor Natuur en Bos, de exploitant van de groeve  Sibelco en de gemeente Maasmechelen

Deze viering is dus echt wel een feest, op een prima moment overigens. Eergisteren was het 21 maart,  tijd voor het gezegde ‘Eén zwaluw maakt de lente niet’.

Wel, dankzij RLKM is het wel lente, want er huist aan de Kikbeek nu een hele kolonie oeverzwaluwen.

En ze zijn niet alleen. Tientallen vogel- en plantensoorten zijn aan een heropleving toe in het Regionaal Landschap Kempen en Maasland, dus niet alleen rond de Kikbeek.

Door de totaalaanpak van RLKM zijn de drie deelparken Hoge Kempen, Maasvallei en Kempen-Broek oorden van rust geworden.

Ik gebruik met opzet niet de meer poëtische term ‘oases van rust’, want een oase is een klein gebied, dat radicaal verschilt van de omringende woestijn.

Het RLKM heeft gekozen voor een andere aanpak, eentje van integratie. De natuur is gevrijwaard en geherwaardeerd, en tegelijkertijd staat ze open voor de mens.

Wandelen is het eerste waaraan we denken in onze oude opvattingen over een landschapspark. Dat moet u ruimer opvatten: RLKM beschikt over 695 km wandelroutes en 145 km ruiterpaden, en nog veel meer kilometers fietspaden

Daarmee zijn we aanbeland bij de recreatie: op het water van de Maas en de grindplassen kan men kiezen tussen kajakken, toervaart, surfen, zeilen en waterski. Er is plaats gezocht en gevonden voor zowel zachte als wat hardere recreatie. Naast elkaar, inderdaad. Dat is de sleutel van het succes voor RLKM.

Uw visie laat dus toerisme toe, veel toerisme. Sinds de opening, 9 jaar geleden, zag het Nationaal Park Hoge Kempen zijn bezoekersaantal verdubbelen. In 2013 werd de kaap van 1 miljoen overschreden en dat aantal blijft toenemen. Jaarlijks tellen we binnen het RLKM circa 700.000 fietsers. Volgens cijfers van Limburg Toerisme horen daar 80 % dagtoeristen bij, maar de overige 20 % blijft in de streek overnachten. Samen spenderen ze circa 16 miljoen euro per jaar in de regio.

De economie vaart daar dus wel bij. Alleen al het aantal overnachtingen van verblijfstoeristen rond Hoge Kempen nam in die negen jaar toe met 22 %, terwijl dat cijfer in heel Vlaanderen slechts toenam met 10 %, in België met 11 %.

Ook de sociale economie plukt de vruchten van de aanpak van RLKM. De parkrangers, zeg maar landschapswerkers, presteerden vorig jaar 3020 mandagen. Ze onderhouden het landschap en ruimen veel zwerfvuil op.

Wat maakt het concept van RLKM nu zo succesvol?

Het antwoord is in één woord te vatten: de totaalvisie. RLKM vormt een veelzijdig project. Het werkt op veel domeinen. Ik som er een zestal op:

Financieel:  De cijfers van 2014 kunnen u daarin wat inzicht geven. De gemeenten brachten 191.000 euro in, RLKM realiseerde daarmee een omzet van ruim 5,3 miljoen euro. Door haar werking maakte RLKM van elke euro dus 28 euro.

Promotioneel: De aanwas van het toerisme zet de steden en gemeenten die deel uitmaken van het RLKM geregeld in de schijnwerpers. Zo werd de stad Weert in 2014 door de  Canadese organisatie  Communities in Bloom uitgeroepen tot de Groenste Stad van de Wereld, mede dankzij het GrensPark Kempen-Broek.

Cultureel:  Dorpskernen werden opgewaardeerd. Vooral bij het beschermd dorpsgezicht van Leut leidde dat tot een schitterend resultaat. Klein historisch erfgoed krijgt extra aandacht: zo werd vorig jaar in Maasmechelen het Maaskruis in eer hersteld, met een picknickplaats erbij en een infobord dat de historische waarde ervan uitlegt. Het is slechts een klein voorbeeld uit de zovele. De opmaak van een kandidaatsdossier om erkend te worden als UNESCO-Wereld-erfgoed, heeft dan weer een positieve dynamiek op gang gebracht in de mijnstreek met haar typische tuinwijken.

Innovatief: Het RLKM wordt wereldwijd erkend als een voorbeeld. Dat uit zich op alle mogelijke vlakken: RLKM-directeur Ignace Schops is niet toevallig gekozen tot voorzitter van EUROPARC, een unie van 400 natuurparken in Europa. Nog meer lauweren kreeg hij toen hij in 2008 bekroond werd met de Goldman Prize, een soort Nobelprijs voor natuurbeheer.

Trendsettend: Meer nog dan die persoonlijke lof maakt een simpel voorbeeld duidelijk hoezeer RLKM als trendsetter beschouwt wordt. Aan de Nederlandse kant van de Maas installeert men op de picknickplaatsen dezelfde banken, tafels en fietsrekken als aan de Belgische kant. België als voorbeeld voor Nederland, geef toe: dat is een heel sterk staaltje.

Duurzaam: Tenslotte kom ik bij het langetermijndenken binnen RLKM. Dat vindt u het best terug in het grootste project van de voorbije jaren: Connecterra. De naam is niet toevallig gekozen, hij verwoordt onze onlosmakelijke verbondenheid met de aarde: met de bestaande oeroude natuur, met de kunstmatige terrill, met de mijnconstructies uit de voorbije eeuw. Ja, zelfs de moderne winkels van het shoppingdorp Maasmechelen Village vormen, ondanks hun contrast, een extra aantrekkingspool voor het gebied. Het ene stimuleert het andere. Nu al blijkt dat de eerste fase van Connecterra met een bezoekersonthaal zelfbedruipend is. Dit concept werkt.

Hoe is die aanpak nu mogelijk?

Door alle betrokken partijen aan boord te hijsen van dit grote project.  Ik geef u maar een paar voorbeelden.

Grensoverschrijdend heeft Nederland in de Maasvallei onze visie overgenomen om ook op de Nederlandse oevers het rivierpark Maasvallei te realiseren. Zelfs de Nederlandse provincie Limburg financiert RLKM voor haar voortrekkersrol in Kempen-Broek .

Sectoroverschrijdend werden er deals gesloten met grindverwerker Steengoed. Ooit was dat de aartsvijand van de natuurbeweging, nu zijn er afspraken om de door hen uitgediepte grindputten in te passen in een globaal herbestemmingsplan met deels natuurgebieden, deels landbouw of plekken voor waterrecreatie. Met de rivierbeheerder, de NV de Scheepvaart, en tal van andere partijen is er een nauwe samenwerking als het gaat over het zoeken naar win-win tussen  hoogwaterveiligheid en natuurontwikkeling. Ook in dat proces vervult RLKM een brugfunctie. 

Dames en Heren,

U ziet het,

RLKM is een project dat alleen maar kan leven van samenwerking.

Daarom verheugde het mij dat ik daarnet veel eenstemmigheid gehoord heb.

Eerst en vooral tijdens de pakkende samenzang van het Genker Mijnwerkerskoor.  Proficiat heren, en bedankt. U heeft de muziekliefhebber in mij weten te bekoren.

Daarna hoorde ik ook veel harmonie in het panelgesprek, waarin nochtans mensen samenzaten van heel verscheiden pluimage.  

Elk van de vogels in dat panel zong zoals hij gebekt is, maar geen van hen hoefde nog overtuigd te worden van de nood aan een brede landschapszorg, waarbij de aandacht voor natuurwaarden en erfgoed van wezenlijk belang zijn

Stuk voor stuk zijn jullie doordrongen van sympathie voor bijvoorbeeld de beverwandeling van gisteren in Dilsen-Stokkem, langs een reigerkolonie, langs  Konikpaarden en Gallowayrunderen.

Het mag evenwel niet bij sympathie blijven. Landschapszorg kost geld. Sinds 2014 zijn de provincies bevoegd voor de erkenning en subsidiëring van de Regionale Landschappen. Dit als gevolg van de interne staatshervorming.

Besparingen van de Vlaamse regering treffen vanaf 2015 ook het provinciefonds, wat een vermindering betekent van de provincie-inkomsten met zo’n 3%. Vanuit Vlaanderen kunnen de regionale landschappen nog tot en met 2016 rekenen op zo’n 1,3 miljoen euro per jaar aan projectfinanciering.

Eén en ander betekent dat er zowel bij de Regionale Landschappen als bij de provincies onzekerheid heerst over de nabije toekomst.

RLKM en de 16 andere Regionale Landschappen, alsook de Bosgroepen en de hele sector van natuurbeheer, vragen duidelijkheid.

Dat er iets zal moeten veranderen, is duidelijk. Een nieuwe lente betekent dus ook hier een nieuw geluid.

Samen met RLKM rekenen wij erop dat dat een harmonieus geluid wordt, eentje waarin de natuur de kansen krijgt om zich blijvend te ontplooien als een schakel binnen een groter geheel, helemaal volgens de filosofie die RLKM de voorbije 25 jaar met succes gepropageerd heeft.

Die visie heeft landschap, natuur en economie met elkaar verzoend. De provincie kan en moet zich daarbij aansluiten.

Alle grondgebonden materies blijven immers tot het takenpakket van de provincies behoren en landschapszorg is bij uitstek een grondgebonden thema.

Meer zelfs, de interne staatshervorming stipuleert dat de provincies hierin een trekkersrol dienen te spelen.

Ik durf hierbij te verwijzen naar de uitspraken van mevrouw Liesbeth Homans die vorig jaar oktober in haar hoedanigheid van Minister van Binnenlands bestuur een heel duidelijk standpunt innam rond deze problematiek.

Ik citeer:

“Nu moeten de provincies bekijken hoe zij die kleine besparingsoefening in het geheel van hun financiën zullen regelen.

Ik vind uiteraard regionale landschappen en bosgroepen zeer belangrijk. Het is de verantwoordelijkheid van elk provinciebestuur op zich om te bekijken hoe zij die besparing zullen uitvoeren, die wij inderdaad aan hen hebben opgelegd.. Het is dus de verantwoordelijkheid van de provincies. Ik hoop dat zij toch met een zeker sérieux zullen omgaan met deze uitgesproken grondgebonden bevoegdheid.

De heren Doomst en Kennes hebben aangegeven hoe die middelen in het Provinciefonds zijn gekomen. Ze waren niet geoormerkt. Het is dus niet zo dat enkel vanuit de middelen van het Provinciefonds financiering zou kunnen gaan naar de bosgroepen en de regionale landschappen. Ik pleit absoluut voor het voortbestaan van deze zeer waardevolle instelling.”

Tot zover mevrouw Homans. Het Limburgse provinciebestuur krijgt dus een unieke kans om zijn reputatie van groene regio te verstevigen. Dan pas is er volop sprake van Limburg Sterk Merk. Onze groene reputatie moet een troef blijven, onder meer binnen het kader van de SALK-initiatieven die zich op toerisme richten.

Gedaan dus met de Calimero-houding, waarbij alle heil en geld van hogere instanties verwacht wordt. Op het terrein hebben Limburgers getoond wat ze vermogen met hun RLKM, het is nu aan de Limburgse bestuurders om zelf de voorwaarden in te vullen opdat dit succesconcept zeker nog eens 25 jaar kan voortgezet worden.

Aanvullend denkt ook Vlaanderen na over de toekomst van de Regionale Landschappen. Momenteel voert de secretaris van de Minaraad verkennende, bilaterale gesprekken met zowel de Regionale Landschappen als de Bosgroepen, met oog op installatie van een werkgroep. In overeenstemming met eerdere adviezen van de Minaraad, zal die werkgroep zich buigen over doelen en taken vanuit het Vlaamse beleid, en de structuur en Vlaamse projectfinanciering voor beide organisaties onder de loep nemen.

Ik dank u.

Foto-album

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is