Toespraak voorstelling van het Jaarverslag 2014 van de Vlaamse Ombudsman

Door Jan Peumans op 1 april 2015, over deze onderwerpen: Voorzitterschap

Geachte genodigden,

Dames en heren,

Geachte Heer Minister-President,

Vooreerst wil ik u hier allemaal hartelijk bedanken voor uw komst en voor de aandacht die u schenkt aan het vijfde jaarlijkse rapport dat de heer Bart Weekers als ombudsman ons zonet gepresenteerd heeft.

Het woord ombudsman is afkomstig uit het Zweeds. Ombud betekent opdracht,  en de functie van ombudsman dook al rond 1700 op in Zweden. De ambtenaar in kwestie werd ermee belast om wettelijk advies te verstrekken vanuit de overheid.

Sinds vijf jaar heeft de heer Weekers er een gewoonte van gemaakt om het resultaat van zijn ombud, zijn opdracht dus,  voor te stellen net voor het paasreces, de periode van maartse buien en aprilse grillen.

Grillig mag die inhoud absoluut niet zijn, net zo min als de adviezen die een ombudsman geeft. Integendeel. De  burger verwacht dat zijn overheid een consequent beleid voert en rechtlijnige beslissingen neemt om iedere burger op gelijke voet  te behandelen.

Ook in geval van twijfel, zowel bij geschillen op privé- als op publiek vlak, vraagt jan-met-de-pet duidelijkheid. De man in de straat raakt alleen maar gefrustreerd als hij geconfronteerd wordt met omfloerste, wijd uitgesponnen beschouwingen vol als’en en indien’s, twijfels en uitzonderingen op de regels.

 

KORDAATHEID

Wat ik wil duidelijk maken: de bevolking heeft nood aan een kordaat beleid, aan kordate beslissingen. En dat kan de overheid haar slechts bieden met af en toe kordate uitspraken.

Niet dat we sowieso altijd kordaat moeten zijn. Zo blijkt bijvoorbeeld dat het rookverbod zichzelf tegenwoordig bijna automatisch regelt, zonder dat er boetes moeten worden opgelegd.

Toch moeten we bij die kordaatheid zorgen dat er niet te veel verschillen opduiken. Zo stelt de ombudsman vast dat bij de energieprestatienorm veel meer kordaatheid gehanteerd wordt dan bij andere gebreken aan de woning.

Daarom is het mijn plicht om u, beste aanwezigen,  de ene al rechtstreekser betrokken bij de regelgeving dan de andere, aan te zetten tot het schrijven van duidelijke, ondubbelzinnige decreten.

U heeft er geen idee van hoeveel burgers u blij maakt met kordaatheid. In de eerste plaats de burgers, tegelijkertijd ook alle ombudsmannen die hier betrokken partij zijn.  Als zij over een klaar en duidelijk kader beschikken, kunnen zij dat benutten om de burger klare wijn te schenken.

En vergeet niet: de ombudsmannen zijn vaak de eerstelijnswerkers in een apparaat dat moet voorkomen dat burgers naar de rechtbank stappen. Mag ik hier even fijntjes opmerken dat zij goedkoper zijn dan een heel justitieel apparaat. Hoe meer betwistingen zij door hun bemiddeling kunnen uitklaren voor ze in een gerechtelijk dispuut uitmonden, hoe meer mensen daar wel bij varen.

 

PIJNPUNTEN

De taak van de ombudsman gaat veel verder dan alleen maar remediëren en oplossingen zoeken. Als de heer Weekers hier het  jaarrapport komt voorstellen van alle Vlaamse ombudsdiensten, dan dient dat ook om er lessen uit te trekken.

Uit zijn jaarrapport kunnen wij als politici de grootste probleemgebieden distilleren. De Heer Weekers heeft in de verschillende hoofdstukken van zijn rapport al een paar pijnpunten opgelicht.

Want elk jaar weer springen klachten in bepaalde domeinen in het oog. Wat aanvankelijk kleine ergernissen lijken, groeit uit tot een tendens die een  bepaalde gevoeligheid in de maatschappij blootlegt.

Bij een eerste lezing van het jaarrapport vielen mij een paar interessante hoofdstukken op. Over de overheid met haar digitale oor heeft de heer Weekers het zelf al gehad.

Meteen daarop volgde in zijn rapport de opvolging van klachten in verband met mobiliteit. Gezien mijn verleden moet daarin het hoofdstuk rond De Lijn mij het felst boeien, maar zeker zo interessant vind ik de aanpak van de lawaaihinder in onze maatschappij.

Vorige week kwam nog het verhaal in de pers van een man die het hanengekraai bij zijn buur zo beu was dat hij antwoordde met koeiengeloei uit een versterker.

Ander voorbeeld: een landbouwer uit West-Vlaanderen had een vogelschrikkanon had geïnstalleerd dat knallen produceerde tot boven 120 decibel.

 Wij kunnen daar eens hartelijk om lachen, en dit zijn misschien extreme gevallen.

 

STRUCTURELE LAWAAIHINDER WEGVERKEER

Maar er bestaat ook structurele lawaaihinder en die drijft het stressniveau binnen onze maatschappij op. Denk maar aan de problematiek rond de nachtvluchten op Zaventem. Noem mij gerust een ervaringsdeskundige op dat vlak: mijn eigen Riemst ligt in de nadering van de luchthaven van Bierset.

Welnu, in juni 2014 rapporteerde het Schriftelijk Leefomgevingsonderzoek weliswaar een dalende tendens voor geluidshinder. Maar feit blijft wel dat het verkeer voor een kwart van de Vlamingen een bron van geluidshinder vormt, met vooral verstoring van de nachtrust als gevolg.

De burger ligt steeds vaker letterlijk en figuurlijk wakker van het verkeerslawaai. Dat blijft met ruime voorsprong de belangrijkste bron van geluidshinder in Vlaanderen, ook al worden er inspanningen ten goede geleverd via het actieplan 14 wegverkeerslawaai in 27 woonzones die aangestipt staan als zwaar belast door geluid.

Er bestaan dus geluidsbelastingkaarten en daaruit blijkt dat zo’n 370.000 woningen  een jaarlijks geluidsniveau van meer dan 55 decibel ondergaan. Dat slaat op  bijna 900.000 inwoners.

Ruim 15.000 woningen leven in 75 decibel, dat geldt dus voor zo’n 35.000 Vlamingen. Dat is niet leuk, dat is bijna onleefbaar.

Die geluidshinder, vaak veroorzaakt door het wegverkeer, kan bestreden worden op verschillende manieren.

1) met bronmaatregelen, zoals stillere voertuigen, stillere banden en een stiller wegdek.

2) met overdrachtsgerichte maatregelen, zoals geluidsschermen of groenaanplantingen

en 3) met ontvangersgerichte maatregelen, zoals geluidsisolatie.

 

DECREETGEVING

In onze decreetgeving bestaan er evenwel nog hiaten. Er bestaan geluidsnormen voor allerlei activiteiten, maar die dekken niet alles. Om even terug te keren naar Zaventem: Brussel legt geluidsnormen op, Wallonië niet,  Vlaanderen ook niet.

Hetzelfde geldt voor de wegen: er bestaan geen geluidsnormen voor het wegverkeer in Vlaanderen.

Vlaanderen loopt zelfs achterop in de uitvoering van de Richtlijn Omgevingslawaai. Zo diende onder meer het actieplan wegverkeerslawaai van de tweede fase al anderhalf jaar geleden te zijn opgesteld.

De Vlaamse overheid heeft ook nog altijd geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om milieukwaliteitsnormen vast te stellen voor verkeerslawaai.

Via VLAREM bestaat er wel al een kader voor industriële inrichtingen en muziekinstallaties, het moet mogelijk zijn ook een gemeenschappelijk kader te creëren voor het verkeer. Plaatselijke overheden hebben al hun verboden rond grasmaaien op zondag, er zijn steden die hun eigen verkeersbord ontworpen hebben om rijdende discobars te verbieden: cabrio’s die in de zomer rondcruisen met galmende boxen.

Die initiatieven zijn nog te disparaat, niet genoeg op elkaar afgestemd. En ze slaan niet op het algemene geluidsprobleem dat steeds groter wordt door het toenemende verkeer.

Het lijkt me daarom gepast dat wij hier in het Vlaams Parlement het voortouw nemen om de nodige maatregelen te nemen. Daarbij zullen tal van ingangen met elkaar verweven moeten worden, zodat steden en gemeenten een houvast krijgen als ze bijvoorbeeld opteren voor geluidsschermen langs drukke wegen. Daarvoor bestaan nu geen wettelijke beschikkingen.

Als het Vlaams parlement daarvoor wel decreten uitwerkt, weten gemeenten bijvoorbeeld ook aan welke normen hun wegen moeten voldoen. Putten, voegen, drempels, bushaltes, kruispunten met rode lichten… het zijn allemaal bronnen van geluidsoverlast.

Er ontbreekt dus een duidelijk regelgevend kader en dat speelt bijvoorbeeld een rol bij het opstellen van milieu-effect-rapporten, de alom bekende MER’s.

Zo kan men zich bij plannen voor nieuwe wegen geen goed oordeel vormen over het lawaai van die geplande wegen.

Maar ook hier komen we weer terecht bij het woord kordaat. De overheid moet een duidelijk kader scheppen van wat kan en wat niet kan.

Die overheid is zich daar wel degelijk van bewust. De heer Weekers heeft ons daarnet al met enige trots mogen melden dat Vlaamse Overheid hem de middelen ter beschikking heeft gesteld om de digitalisering van de dienstverlening aan onze burger uit bouwen en dat die ondersteuning haar vruchten afwerpt.

Wel, op zijn vraag om aan de lawaai door wegverkeer wat te verhelpen, is ook al respons gekomen. Morgen al krijgt onze ombudsman de kans om zowel de problematiek als zijn aanbeveling te berde te brengen op de commissie mobiliteit, waarbij mij zowel de ministers van mobiliteit Weyts als van milieu Schauvliege betrokken partij zijn.

Laat die adviezen het begin vormen van een oplossing. Natuurlijk zal het probleem niet van de ene dag op de andere uit de wereld geholpen zijn, maar beschouw het werk van onze ombudsman als de aanzet voor een efficiënte, praktijkgerichte aanpak van het probleem.

Dames en Heren,

Met zijn jaarboek bewijst Bart Weekers elk jaar opnieuw het nut, of beter de noodzaak van een uitgewerkt systeem van ombudsmannen.

Dankzij hen vinden de noden en vragen van de Vlaamse burger gebundeld en gekanaliseerd hun weg naar de beleidsvoerders, waarvan u, minister-president, hier de vertegenwoordiger bent.

In het verleden heeft de wisselwerking tussen de ombudsman en de Vlaamse overheid al vruchten afgeworpen, dat bleek ook uit uw toelichting rond de digitale loketten voor de Vlaamse burger.

Die positieve samenwerking moeten we in stand houden en optimaliseren.

En daarom danken we enerzijds de heer Weekers en het hele apparaat van ombudsmensen dat achter zijn verslag schuilgaat, anderzijds danken wij de minister-president, zijn Vlaamse regering en ons Vlaams parlement voor het gebruik dat zij maken van dit rapport.

Ik kan u de lezing ervan alleen maar hartelijk aanbevelen. Dit jaarverslag is weer een leerrijk document.

Ik dank u voor uw aandacht.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is