Vredesonderzoek is nog steeds geen luxe

Door Jan Peumans op 5 februari 2015, over deze onderwerpen: Voorzitterschap

Installatievergadering nieuwe Raad van Bestuur van het Vlaams Vredesinstituut 

 

 

Dames en heren,

 

Meer dan tien jaar geleden – op 5 mei 2004 – keurden de Vlaams volksvertegenwoordigers het oprichtingsdecreet van het Vlaams Vredesinstituut goed. Dat gebeurde met zo goed als kamerbrede instemming.

De debatten die aan de goedkeuring vooraf gingen, leren ons dat veel verwacht werd van dat nieuwe Vredesinstituut. De eerste Raad van Bestuur werd precies tien jaar geleden geïnstalleerd op 27 januari 2005.

Mijn voorganger, Norbert De Batselier, verwoordde de verwachtingen die leefden als volgt: “Het Vlaams Parlement mag dus hopen dat het Instituut onder een goed gesternte gestart is en dat onze parlementaire organisatie opnieuw versterkt is met een degelijke paraparlementaire instelling.

Dat komt niet alleen het imago van het parlement zelf ten goede, het is ook een krachtig signaal dat duidelijk maakt dat de regionale parlementaire democratie stevig in de Vlaamse samenleving verankerd is.” – Einde citaat.

Het Vredesinstituut was met andere woorden een belofte voor de toekomst.

Ikzelf was in mei 2004 nog net geen Vlaams Volksvertegenwoordiger. Ik zou pas mijn intrede doen in dit huis na de verkiezingen van 13 juni. Toch had ik ongetwijfeld ook de groene knop ingedrukt voor het voorstel van oprichtingsdecreet.

Ik deel het uitgangspunt dat het Vlaams Parlement en de samenleving degelijke inhoudelijke ondersteuning nodig hebben bij de omgang met vredesvraagstukken. Vrede en geweldpreventie zitten als het ware mee in het DNA van onze gemeenschap.

Recent overlegde het Uitgebreid Bureau van het parlement met het uittredend bestuur en de directeur van het Vredesinstituut over de beleidslijnen voor de toekomst. Ook nu weer was er kamerbrede steun voor de verdere ontwikkeling van het Vredesinstituut.

Dat ging over inhoudelijke lijnen, zoals de blijvende aandacht voor controle op wapenhandel en nieuwe uitdagingen zoals gewelddadig radicalisme. En dat ging over organisatorische pistes, zoals creatieve manieren om de capaciteit van het instituut te verhogen, onder meer door projectgeld in te zetten voor tijdelijke contracten en extra fondsen van andere overheden aan te trekken.

Het Vredesinstituut is voor het parlement nog steeds een belofte voor de toekomst, maar bouwt vandaag verder op bewezen meerwaarde in het verleden.

 

Dames en heren,

 

Ik wens u dan ook van harte welkom te heten als leden van de Raad van Bestuur van het Vredesinstituut. U bent de stuurlui aan wie het parlement de behouden vaart van het Vredesinstituut toevertrouwt. U zal de toekomstgerichte koers van het instituut mee uitzetten. Wij zijn blij dat u mee aan boord bent:

Mevrouwen Charlier, Van Moer en Verstraeten, en de heren Rochtus, Delvoie en Burm, die zijn voorgedragen door de politieke fracties van het Vlaams Parlement;

Mevrouw Dirix en de heren Boulogne, Develtere en Luys, voorgedragen door de SERV;

Professoren Pauwels, Bevernage en Sauer, afgevaardigd door de VLIR;

Mevrouw Herremans en mijnheer Haeyaert en Van Eecke, die de Vlaamse vredesbeweging vertegenwoordigen.

 

Dames en heren,

 

De kracht van het Vredesinstituut schuilt in drie belangrijke aspecten.

Ten eerste is er de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek dat de basis vormt voor de inhoudelijke ondersteuning van het politiek en maatschappelijk debat.

Ten tweede is er de vrijheid en autonomie waarin het Vredesinstituut kan functioneren. U zetelt hier in eigen naam en kan als raad in alle onafhankelijkheid beslissingen nemen. Dat wil geenszins zeggen dat u bij elke vergadering de trappen van een ivoren toren opstapt.

De derde sterkte is immers het draagvlak van het advies dat het Vredesinstituut formuleert. Dat advies gaat vaak over complexe en gevoelige onderwerpen, eigen aan vredesvraagstukken. U houdt als bestuursleden met diverse achtergronden de vinger aan de pols bij een brede waaier aan betrokken actoren.

De brede vertegenwoordiging in deze raad is de garantie op de verankering van het werk van het Vredesinstituut in de samenleving. Sta me in dit verband toe u te wijzen op één van uw eerste belangrijke taken: het coöpteren van drie bijkomende bestuursleden. Het decreet voorziet in die bepaling om bestuurders aan te trekken met profielen die bij de voorgedragen leden nog niet of onvoldoende aanwezig zijn, en die het draagvlak verbreden. Ik moedig u aan om die oefening grondig te maken en wil u vragen daarbij bijzondere aandacht te hebben voor gender en diversiteit.

Ik wil tot slot het appèl onderstrepen dat van uw installatie als bestuurslid uitgaat: het parlement verwacht van u dat u de samenleving binnenbrengt bij het Vredesinstituut en het Vredesinstituut uitdraagt naar de samenleving.

Zij die voorgedragen werden door de politieke fracties zijn goed geplaatst om de voeling met de volksvertegenwoordigers te verzekeren. Zij die op voordracht van de SERV zijn aangeduid leggen lijnen met de sociale en economische actoren in Vlaanderen.

De VLIR vaardigt bestuurders af die de wetenschappelijke kracht van het instituut mee kunnen waarborgen. De vertegenwoordigers van de vredesbeweging tot slot, zien zich voor de uitdaging om hun specifieke uitgangspunten kracht bij te zetten aan deze bestuurstafel. Voor de toekomstige voorzitter en ondervoorzitter ligt de taak in het verschiet om de consensus te zoeken in de diverse inbreng die in deze Raad leeft.

 

Dames en heren,

 

Zoals ik al zei: exact tien jaar geleden werd de eerste Raad van Bestuur van het Vredesinstituut geïnstalleerd. Toen maakte de toenmalige parlementsvoorzitter volgende balans op:

“De wereld is er sinds het einde van de Koude Oorlog niet vrediger en veiliger op geworden. Er is oorlog in Afrika en in het Nabije Oosten. Maar de oorlogsdreiging hangt ook als een doembeeld over onze westerse samenleving. Vredesonderzoek is dus geen luxe.” – Einde citaat.

Ook een decennium later vrees ik dat we niet anders kunnen dan deze woorden bij te treden. Er ligt voor het Vredesinstituut en voor u allen veel werk op de plank. Ik wens u daarbij veel doorzettingsvermogen en succes.

Foto-album

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is