"Zin hebben om burger te zijn" - Interview in Inspiractie

Door Jan Peumans op 22 april 2015, over deze onderwerpen: Limburg, Voorzitterschap

Als voorzitter van het Vlaams Parlement kijkt Jan Peumans de democratie recht in de ogen. Zo maakt de N-VA-politicus sinds 2009 het politiek en maatschappelijk debat van op de eerste rij mee tijdens de plenaire vergadering. Jan Peumans wil ook de jeugd warm maken voor dit debat. “Burgerschap begint al vanaf je in de wieg ligt, vanaf het moment dat je naar school gaat. Het is een heel breed begrip waar iedereen mee te maken heeft. Het gaat over zin hebben om burger te zijn.”

Denkt u dat jongeren vandaag voldoende interesse hebben in politiek om te functioneren in een democratie?

Dat valt tegen denk ik. Als voorzitter van het Vlaams Parlement probeer ik veel met jongeren te praten en als ik de kans heb ze bij mij op kantoor te ontvangen. Een klas met jongeren uit het zesde leerjaar heeft overal een antwoord op, maar als ik vragen stel aan achttienjarigen zeggen ze meestal: ‘Dat weten we niet, politiek interesseert ons niet!’ Hoe komt dat toch dat die politieke interesse afneemt naarmate de kinderen ouder worden? Als je kijkt naar cijfers zien we dat 40 à 50 procent van de mensen niet geïnteresseerd is in politiek. Dat is toch onrustwekkend.”

Hangt de toekomst van de democratie aan een zijden draadje? 

“Heel belangrijk voor het overleven van onze democratie is volgens mij ook het blijven respecteren, ondersteunen en waarderen van elkaar. We moeten fundamentele waarden als vrijheid van meningsuiting, vrij het woord kunnen voeren en zeggen wat je denkt, hoog in het vaandel dragen. Dat is enorm belangrijk.”

Is dit volgens u aan het verdwijnen? 

“De vrijetijdsindustrie overschaduwd een groot deel van het maatschappelijk debat. Dan gaat het vooral over de manier waarop er gecommuniceerd wordt met elkaar, of juist het gebrek aan communicatie. Er wordt wel gecommuniceerd, maar dat gaat via die beroemde sociale media als Facebook en Twitter.”

Wordt de dialoog te vluchtig? 

“Er treedt een zekere oppervlakkigheid op. Tijdens de plenaire vergadering zie ik politici ook de hele tijd op hun smartphone tokkelen. Dat is geen echte communicatie, de dialoog wordt niet meer rechtsreeks aangegaan. Wat kan je nu uitleggen in 140 tekens? Waar is de nuance gebleven? Daar lijdt het maatschappelijk debat onder. Het is in ditsoort digitaal tijdperk dat de jongeren vandaag opgroeien.”

Kan het invoeren van het vak ‘burgerschap’ niet helpen om jongeren terug interesse in politiek te doen krijgen?

“Ik heb op zich niets tegen een vak waarin burgerzin wordt onderwezen, maar daar kan je heel wat instoppen. Als je meer diversiteit krijgt in de samenleving, waarbij mensen verschillende religieuze overtuigingen hebben, dan is het belangrijk dat het onderwijs jongeren hiermee in contact brengt. Ik denk dat we maatschappelijke en politieke betrokkenheid ook meer mogen integreren in andere vakken. Zo zou je bijvoorbeeld in de les wiskunde de verschillende telmethodes van het parlement kunnen bekijken.”

Worden jongeren niet genoeg betrokken bij het maatschappelijk debat?

“De politiek moet die mogelijkheden bieden en de interesseaanzwengelen, maar de jongeren moeten daar ook op ingaan. Je hebt als jongere ook de verantwoordelijkheid om dat engagement aan te gaan. Als ik zie hoe boos en verontwaardigd jongeren reageren omdat Rock Werchter een dag vroeger begint, terwijl ze over andere, naar mijn gevoel maatschappelijk relevantere thema’s, hun mond houden, heb ik daar toch wel mijn bedenkingen bij.”

Is het de verantwoordelijkheid van het onderwijs om die jongeren te engageren?

“Het vormen van leerlingen tot wereldburgers is iets wat je duidelijk in de Lucernacolleges ziet; en dan gaat het niet per se over een vak burgerschap. Er valt mij een grote gedrevenheid en motivatie op binnen die scholengroep, en dat is een belangrijke levensles die de jongeren er meekrijgen. Maar er wordt de laatste tijd erg veel van het onderwijs verwacht, en zo moet het ook, maar het is een en-en-verhaal. Het onderwijs, de media, de politiek, de ouders, ze hebben hier allemaal een rol in te spelen. De overheid biedt een aantal dingen aan om te ondersteunen, maar ze kan niet alle problemen oplossen. Ook de jeugdwerking is belangrijk voor de ontwikkeling van jongeren. In een jeugdbeweging leer je toch een aantal dingen die ergens anders minder aan bod komen; bijvoorbeeld solidariteit en echt leren in groep dingen doen. Ik heb in de jeugdbeweging meer geleerd dan op de schoolbanken.”

Wat bieden jullie zoal aan?

“Met het Vlaamse Parlement bereiken wij jaarlijks ongeveer zevenduizend jongeren. Aan de scholen bieden we een aantal pakketten aan. Nu hebben we bijvoorbeeld samen met leerlingen van het buitengewoon secundair onderwijs een speldoos ontwikkeld rond Europa. Daarmee kan je op een speelse en educatieve manier met de Europese politiek kennis maken."

Hebt u daarom de Sociale Wetenschappen Olympiade een podium gegeven binnen het Vlaams Parlement?

“Het is belangrijk dat jongeren die voeling met maatschappelijke onderwerpen krijgen. Ook is het erg leuk om te zien hoe al die verschillende deelnemers op een creatieve manier hun visie op de samenleving ontwikkelen en verwoorden in een of ander project. Om eerlijk te zijn ben ik daar een beetje jaloers op. Het is ongelooflijk hoe al die scholen gemotiveerd worden om aan de Sociale Wetenschappen Olympiade deel te nemen. Het parlement zit dan afgeladen vol. Zoveel volk krijgen wij nooit bij elkaar, zelfs niet op 7 mei wanneer wij in het Vlaams Parlement onze jaarlijkse State of the European Union houden.”

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is